Art. 31 Tijdelijke wet noodcapaciteit drugskoeriers, Informatie, hoor- en mededelingsplicht

Tijdelijke wet noodcapaciteit drugskoeriers

1. De directeur stelt de gedetineerde in de gelegenheid te worden gehoord, zoveel mogelijk in een voor hem begrijpelijke taal, alvorens hij beslist omtrent:

a. de plaatsing in afzondering en de verlenging hiervan, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder a of b, onderscheidenlijk artikel 10, tweede lid, en de toepassing van artikel 11;

b. het onderzoek in het lichaam, bedoeld in artikel 16;

c. het gedogen van een geneeskundige handeling, bedoeld in artikel 17;

d. de bevestiging door mechanische middelen en de verlenging daarvan, bedoeld in artikel 18, eerste onderscheidenlijk tweede lid;

e. de uitsluiting van deelname aan activiteiten of de verlenging daarvan, bedoeld in artikel 10a, op de grond van artikel 10, eerste lid, onder a of b, onderscheidenlijk artikel 10a, tweede lid.

2. Van het horen van de gedetineerde wordt aantekening gehouden.

3. Toepassing van het eerste lid kan achterwege blijven indien:

a. de vereiste spoed zich daartegen verzet;

b. de gemoedstoestand van de gedetineerde daaraan in de weg staat.