Art. 1 Tijdelijke wet noodcapaciteit drugskoeriers, Algemene bepalingen

Tijdelijke wet noodcapaciteit drugskoeriers

Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder:

a. Onze Minister: Onze Minister van Justitie;

b. voorziening: een door Onze Minister aangewezen plaats als bedoeld in artikel 4, eerste lid;

c. directeur: de persoon, bedoeld in artikel 4, derde lid, alsmede diens vervanger of vervangers, bedoeld in artikel 4, vierde lid;

d. gedetineerde: een persoon als bedoeld in artikel 2;

e. ambtenaar of medewerker: een persoon die een taak uitoefent in het kader van de tenuitvoerlegging van de inverzekeringstelling, voorlopige hechtenis of gevangenisstraf van de in artikel 2 bedoelde personen;

f. selectiefunctionaris: een persoon als bedoeld in artikel 6;

g. rechtsbijstandverlener: de advocaat of de medewerker van de stichting, bedoeld in artikel 22, eerste lid, van de Wet op de rechtsbijstand;

h. Raad: de Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming;

i. commissie van toezicht: een commissie als bedoeld in artikel 5a;

j. beroepscommissie: een commissie als bedoeld in artikel 42, eerste lid;

k. beklagcommissie: een commissie als bedoeld in artikel 33;

l. verblijfsruimte: de aan een gedetineerde door de directeur ingevolge artikel 8, eerste lid, toegewezen ruimte;

m. huisregels: regels als bedoeld in artikel 5, eerste lid.