Art. 20a Regeling vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten Flora- en faunawet, (aal)
Regeling vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten Flora- en faunawet
1. Van de verboden, bedoeld in de artikelen 9 en 10 van de wet, en het verbod op het onder zich hebben van beschermde inheemse diersoorten, bedoeld in artikel 13, eerste lid, van de wet, wordt vrijstelling verleend voor de aal (Anguilla anguilla).
2. De vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, is alleen van toepassing, indien kan worden aangetoond:
− dat is voldaan aan het bij of krachtens de Visserijwet 1963 bepaalde, of
– dat de aal in Nederland is gebracht of verkregen overeenkomstig het bij of krachtens de wet bepaalde en met inachtneming van de basisverordening en uitvoeringsverordening.