Art. 1 Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit Inspectie Werk en Inkomen 2002, Algemeen
Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit Inspectie Werk en Inkomen 2002
In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
de Inspectie Werk en Inkomen, genoemd in hoofdstuk 7 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
de inspecteur-generaal Werk en Inkomen;
het team bestaande uit de IG en de directeuren;
het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
de Sociaal-Economische Raad, genoemd in artikel 1 van de Wet op de bedrijfsorganisatie;
de Raad voor werk en inkomen, genoemd in hoofdstuk 3 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
de Pensioen- & Verzekeringskamer, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993;
de Sociale verzekeringsbank, genoemd in hoofdstuk 6 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
de Centrale organisatie werk en inkomen, genoemd in hoofdstuk 4 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
door de minister aangewezen instellingen die zijn belast met het verstrekken van certificaten, het verrichten van keuringen en het inschrijven in registers in het belang van veiligheid en gezondheid in de arbeid;
het College voor de toelating van de bestrijdingsmiddelen, genoemd in artikel 1a van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962;
Centrale afdeling Toezicht Gemeenten;
de RWI, de SER, de PVK, het Ctb en de Arbo-instanties;
Werkloosheidswet;
Arbeidsgeschiktheid;
Human Resource Management;
Informatie-en Communicatietechnologie;
Planning en Control.