Bijlage 2 Regeling vaststelling model financiële verantwoording en controleprotocol educatie 2001: controleprotocol educatie 2001
Regeling vaststelling model financiële verantwoording en controleprotocol educatie 2001
Van de accountant wordt verwacht dat hij het onderzoek naar de getrouwheid van de in de verantwoording opgenomen gegevens uitvoert met een grote mate van nauwkeurigheid. Uitgangspunt is een controletolerantie van 2% bij een betrouwbaarheid van 95%.
- 1. Stel vast dat de in de verantwoording opgenomen lasten voor educatie berusten op een of meer tussen de gemeente en een regionale opleidingencentrum (ROC) afgesloten overeenkomsten. Stel vast dat in de verantwoording geen lasten zijn opgenomen in verband met de inkoop van educatieve programma’s bij andere instellingen en bedrijven. De gemeente kan uitsluitend lasten in verband met educatie in de verantwoording opnemen voor zover deze onderwijsactiviteiten bij ROC’s zijn ingekocht en voor zover voor die activiteiten een overeenkomst is gesloten met het bevoegd gezag van de instelling. De overeenkomsten moeten voldoen aan de in artikel 2.3.4, tweede lid, van de WEB gestelde eisen.
- 2. Stel vast dat de in de verantwoording opgenomen lasten voor educatie (zie 2 onder f) uitsluitend betrekking hebben op door de gemeente aan ROC’s in 2001 uitbetaalde, c.q. ultimo 2001 nog verschuldigde, gelden voor educatie-activiteiten gedurende 2001. De lasten voor educatie mogen uitsluitend betrekking hebben op educatie-activiteiten die in 2001 hebben plaatsgevonden. Het mag uitsluitend bedragen betreffen die op grond van over het jaar 2001 afgesloten overeenkomsten in 2001 zijn uitbetaald of ultimo 2001 verschuldigd zijn aan ROC’s.
- 3. Stel vast dat de gemeente de bedragen die in 2000 zijn terug ontvangen van instellingen in 2001 heeft besteed. Het betreft in 2000 van instellingen terug ontvangen bedragen (c.q. terug te vorderen bedragen; deze hoeven niet daadwerkelijk naar de rekening van de gemeente te zijn overgemaakt) die niet reeds in 2000 wederom door middel van overeenkomsten zijn verplicht aan instellingen. In 2000 terugontvangen gelden die in 2001 niet zijn verplicht moeten worden geretourneerd aan het ministerie.
- 4. Stel vast dat het bedrag dat naar 2002 wordt overgeheveld niet meer bedraagt dan de in 2001 van instellingen terugontvangen c.q. terug te vorderen gelden, die nog niet opnieuw zijn verplicht door middel van overeenkomsten. De rijksbijdrage voor educatie 2001 dient in zijn geheel besteed te zijn aan educatieactiviteiten (of aan inburgering, zie onder 5) in 2001. Er mag niet worden gereserveerd voor volgende jaren. Uitsluitend in 2001 van instellingen terugontvangen middelen mogen worden overgeheveld naar 2002.
- 5. Stel vast dat de verantwoording van de rijksbijdrage voor de educatie overeenkomt met de verantwoording van de rijksbijdrage voor de inburgering. De rijksbijdrage voor educatie mag mede worden aangewend voor educatieve programma’s als bedoeld in artikel 16 van de Wet inburgering nieuwkomers. Omgekeerd mag de rijksbijdrage voor de inburgering deels worden aangewend voor reguliere educatie. Zie ook de voorlichtingspublicatie in Uitleg OcenW-Regelingen van 14 maart 2001, nr. 7. In beide gevallen geldt dat de overheveling alleen is toegestaan als de middelen in dat jaar daadwerkelijk worden besteed aan de ’nieuwe bestemming’. De overgehevelde middelen mogen niet bij de ’nieuwe bestemming’ worden gereserveerd voor latere jaren. Ook moet in beide gevallen zowel in de verantwoording van de rijksbijdrage educatie als in de verantwoording inburgering nieuwkomers de overheveling zichtbaar worden. Dat wil zeggen: indien de rijksbijdrage voor educatie deels is aangewend voor de inburgering van nieuwkomers, moeten deze middelen in de verantwoording educatie worden opgenomen als lasten en in de verantwoording inburgering als baten. In het omgekeerde geval dat inburgeringsmiddelen zijn besteed aan reguliere educatie moeten deze middelen in de verantwoording inburgering nieuwkomers worden opgenomen als lasten en in de verantwoording van de rijksbijdrage educatie als baten. Vastgesteld moet worden dat de lasten voor educatie zijn gemaakt voor activiteiten waarvoor niet tevens lasten zijn opgenomen in de verantwoording inburgering nieuwkomers. Vastgesteld moet worden dat het totaal van de lasten voor educatie en voor educatieve programma’s niet hoger is dan de lasten die voortvloeien uit de overeenkomsten die de gemeente heeft afgesloten met ROC’s over te verrichten educatieactiviteiten.
- 6. Relevante regelgeving
- Wet educatie en beroepsonderwijs;
- Uitvoeringsregeling WEB, BVE/DenR-1999/44797 d. d. 3 december 1999 (Gele Katern 1999, nummer 31a).