Art. 18 Bemanningsbesluit Arubaanse, Curaçaose en Sint Maartense zeeschepen, Aanvullende eisen ten aanzien van de bemanning
Bemanningsbesluit Arubaanse, Curaçaose en Sint Maartense zeeschepen
1. De kapitein van een passagierschip zorgt er voor dat:
a. er een werktaal wordt vastgesteld, die in het scheepsdagboek wordt aangetekend;
b. elk bemanningslid deze taal begrijpt en, in voorkomend geval, in die taal bevelen en instructies kan geven en rapporteren;
c. indien de werktaal geen Nederlands, Papiaments of Engels is, alle op te hangen plannen en lijsten een vertaling in de werktaal bevatten.
2. De scheepsbeheerder draagt er zorg voor dat aan boord van zijn schip aan het eerste lid, onderdeel c, wordt voldaan.