Bijlage 1 NRpte 2002: bijlage ter uitvoering van de artikelen 2 en 3 van deze regeling, houdende bepalingen omtrent de elementen van de begrippen eigen vermogen en toetsingsvermogen
Nadere regeling prudentieel toezicht effectenverkeer 2002 (NRpte 2002)
Tussentijdse negatieve resultaten worden te allen tijde direct in mindering gebracht van de in het desbetreffende onderdeel genoemde vermogensbestanddelen.
- 1 Onder eigen vermogen als bedoeld in artikel 2 van deze regeling wordt verstaan voor wat betreft:
- a) een naamloze of besloten vennootschap: het geplaatste en volgestorte aandelenkapitaal met uitsluiting van de cumulatief preferente aandelen;
- b) een vennootschap onder firma: de afgezonderde gestorte vermogensbestanddelen der vennoten;
- c) een commanditaire vennootschap: de afgezonderde gestorte vermogensbestanddelen der beherende vennoten, alsmede het gestorte commanditaire kapitaal;
- d) een coöperatie: het door de leden gestorte of ingelegde kapitaal;
- e) andere rechtsvormen alsmede natuurlijke personen: het voordelige verschil tussen bezittingen en schulden.
- 2 Een effecteninstelling met een rechtsvorm als bedoeld in 1.1.1, onderdelen a tot en met d, voegt voor de berekening van de omvang van het eigen vermogen aan de in het desbetreffende onderdeel genoemde vermogensbestanddelen toe:
- - de in de jaarrekening als zodanig gepresenteerde reserves, exclusief de herwaarderingsreserve;
- - tussentijdse en door een accountant geverifieerde positieve resultaten, onder aftrek van uit te keren dividenden en te betalen belastingen.
- 1 Onder toetsingsvermogen als bedoeld in artikel 3 van deze regeling wordt verstaan het eigen vermogen als bedoeld in artikel 2 van deze regeling, vermeerderd met de bestanddelen genoemd onder a tot en met f, en verminderd met de bestanddelen genoemd onder g, h en i:
- a) de herwaarderingsreserve;
- b) cumulatief preferente aandelen met een onbepaalde looptijd, voor zover deel uitmakend van het gestorte kapitaal;
- c) de aansprakelijkheidsverplichtingen van leden van coöperatieve instellingen, te weten het niet gestorte kapitaal en de statutaire verplichting van de leden van deze coöperatieve instellingen tot het doen van aanvullende niet terugbetaalbare stortingen bij verlies, mits die stortingen in dat geval onmiddellijk gevorderd kunnen worden;
- d) cumulatief preferente aandelen met een vaste looptijd voor zover deel uitmakend van het gestorte kapitaal;
- e) achtergestelde leningen met een minimale oorspronkelijke looptijd van vijf jaren dan wel, indien de looptijd onbepaald is, leningen waarbij in de schuldovereenkomst een opzegtermijn van ten minste vijf jaren is overeengekomen, die voldoen aan de volgende voorwaarden:
- - de vorderingen van de leninggever op de leningnemende instelling, voor zover het de terugbetaling van het leningsbedrag betreft, moeten volledig achtergesteld zijn bij die van alle niet-achtergestelde crediteuren;
- - gehele of gedeeltelijke aflossing van de achtergestelde lening is slechts mogelijk nadat de Bank de opheffing van de achterstelling schriftelijk heeft goedgekeurd. Toestemming wordt verleend indien het verzoek uitgaat van de effecteninstelling, zijnde de leningnemer, en diens solvabiliteit niet zodanig wordt aangetast dat niet langer wordt voldaan aan de kapitaaleisen;
- - alleen de daadwerkelijk gestorte bedragen worden in aanmerking genomen;
- - de hoogte tot welke de achtergestelde lening kan worden gerekend tot het toetsingsvermogen, zal lineair worden verlaagd gedurende ten minste de vijf jaar die voorafgaan aan de datum van de terugbetaling, inhoudende dat, rekening houdend met het aflossingsschema, bedragen met een resterende looptijd van 0 tot 1 jaar, van 1 tot 2 jaar, van 2 tot 3 jaar, van 3 tot 4 jaar en van 4 tot 5 jaar, voor 0%, 20%, 40%, 60%, respectievelijk voor 80% worden meegeteld voor het beschikbare toetsingsvermogen;
- - de leningovereenkomst bevat geen bepalingen krachtens welke de achtergestelde lening in bepaalde omstandigheden, anders dan na liquidatie van de effecteninstelling, voor de overeen-gekomen datum moet worden terugbetaald;
- f) achtergestelde leningen met een minimale oorspronkelijke looptijd van twee jaren dan wel, indien de looptijd onbepaald is, leningen waarbij in de schuldovereenkomst een opzegtermijn van ten minste twee jaren is overeengekomen, die voldoen aan de volgende voorwaarden:
- - de vorderingen van de leninggever op de leningnemende instelling, voor zover het de terugbetaling van het leningsbedrag betreft, moeten volledig achtergesteld zijn bij die van alle niet-achtergestelde crediteuren;
- - gehele of gedeeltelijke aflossing van de achtergestelde lening is slechts mogelijk nadat de Bank de opheffing van de achterstelling schriftelijk heeft goedgekeurd. Toestemming wordt verleend indien het verzoek uitgaat van de effecteninstelling, zijnde de leningnemer en diens solvabiliteit niet zodanig wordt aangetast dat niet langer wordt voldaan aan de kapitaaleisen;
- - alleen de daadwerkelijk gestorte bedragen worden in aanmerking genomen;
- - de leningovereenkomst bevat geen bepalingen krachtens welke de achtergestelde lening in bepaalde omstandigheden, anders dan na liquidatie van de effecteninstelling, voor de overeen-gekomen datum moet worden terugbetaald;
- - in afwijking van het gestelde onder het tweede gedachtestreepje ten aanzien van de aflossingen mag noch de hoofdsom, noch de interest van de lening worden afgelost dan wel betaald, indien zulks zou betekenen dat het aanwezige toetsingsvermogen van de betrokken effecteninstelling minder dan 100% van het totale vereiste toetsingsvermogen van de betrokken effecteninstelling zou bedragen;
- g) de geldswaarde van de eigen aandelen in de effecteninstelling gewaardeerd tegen boekwaarde;
- h) de immateriële activa;
- i) de niet liquide activa, te weten
- - materiële vaste activa minus het gedeelte waarop een hypothecaire zekerheid rust;
- - deelnemingen in en achtergestelde schuldvorderingen op kredietinstellingen en financiële instellingen die zijn ingeschreven in het register bedoeld in artikel 52 van de Wet toezicht kredietwezen 1992, welke tot het eigen vermogen van die instellingen worden gerekend, met uitzondering van deelnemingen die als onderdeel van de handelsportefeuille worden aangehouden;
- - niet onmiddellijk verhandelbare deelnemingen en andere beleggingen in ondernemingen die geen financiële instelling zijn;
- - tekorten bij dochterondernemingen;
- - deposito's, met uitzondering van die welke binnen 90 dagen opvraagbaar zijn, en tevens met uitzondering van margebetalingen in verband met futures en optiecontracten;
- - leningen en andere verschuldigde bedragen, met uitzondering van die welke binnen 90 dagen moeten worden terugbetaald;
- - materiële voorraden, tenzij daar al kapitaalvereisten op van toepassing zijn.
- 2 Ten aanzien van de in rubriek 1.2.1 genoemde vermogensbestanddelen gelden de volgende limieten:
- a) de som van de bestanddelen a tot en met e mag niet meer bedragen dan 100% van het eigen vermogen, verminderd met de som van de bestanddelen g, h en i;
- b) de som van de bestanddelen c, d, en e mag niet meer bedragen dan 50% van het eigen vermogen verminderd met de som van de bestanddelen g, h en i;
- c) het bestanddeel f mag uitsluitend als bestanddeel van het toetsingvermogen in aanmerking worden genomen ter voldoening aan de kapitaaleisen ter dekking van het marktrisico en niet meer bedragen dan 100% van het eigen vermogen, verminderd met de som van de bestanddelen g, h en i;
- d) de som van de bestanddelen a tot en f mag niet meer bedragen dan 100% van het eigen vermogen, verminderd met de som van de bestanddelen g, h en i.