Art. 3 Regeling elektronisch-geldinstellingen, Minimum eigen vermogen

Regeling elektronisch-geldinstellingen

1. De elektronisch-geldinstelling beschikt doorlopend over een eigen vermogen dat ten minste gelijk is aan 2% van het hoogste van de volgende twee bedragen: het lopende bedrag of het gemiddelde over de laatste zes maanden van haar totale financiële verplichtingen die met uitstaand elektronisch geld verband houden.

2. Wanneer de elektronisch-geldinstelling haar werkzaamheden nog geen zes maanden uitoefent (met inbegrip van de dag waarop zij haar werkzaamheden heeft aangevangen), is haar eigen vermogen ten minste gelijk aan 2% van het hoogste van de volgende twee bedragen: het lopende bedrag of het op zes maanden nagestreefde bedrag van haar totale financiële verplichtingen die met uitstaand elektronisch geld verband houden.