Art. 10 Regeling elektronisch-geldinstellingen, Spreidingseisen

Regeling elektronisch-geldinstellingen

1. De maximale omvang van de door de elektronisch-geldinstelling bij één kredietinstelling aan te houden beleggingen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder c en d, wordt vastgesteld op 25% van haar totale financiële verplichtingen die met uitstaand elektronisch geld verband houden.

2. Het in het eerste lid gestelde is niet van toepassing op de elektronisch-geldinstelling waarvan de omvang van haar totale financiële verplichtingen die met uitstaand elektronisch geld verband houden, minder bedraagt dan 50 miljoen euro.