Art. 4 Regeling mandaat handhaving Inspectoraat-generaal VROM
Regeling mandaat handhaving Inspectoraat-generaal VROM
1. De inspecteur-generaal kan de bevoegdheid, bedoeld in artikel 2, eerste lid, geheel of gedeeltelijk mandateren aan de regionale inspecteurs en de plaatsvervangend regionale inspecteurs.
2. De verlening van mandaat door de inspecteur-generaal krachtens deze regeling geschiedt schriftelijk.