Bijlage 3 Beleidsregels arbeidsomstandighedenwetgeving
Beleidsregels arbeidsomstandighedenwetgeving
Er bestaat in de Arbeidsomstandighedenwet, het Arbeidsomstandighedenbesluit en de Arbeidsomstandighedenregeling een aantal overtredingen waarvoor een bestuurlijke boete kan worden gegeven dat niet tot de categorie ernstige overtreding waarvoor een bestuurlijke boete kan worden gegeven (zie bijlage 2, hiervoor), kan worden gerekend, maar waarvoor bij niet naleving toch direct een sanctie moet worden opgelegd. In een aantal gevallen moeten ook (direct) maatregelen worden getroffen. Het gaat om belangrijke overtredingen waarvoor naar huidige inzichten het eerst geven van een waarschuwing of het eerst stellen van een eis als inadequaat is te beschouwen. Het gaat hierbij om overtredingen met betrekking tot: Dergelijke overtredingen waarvoor direct eenbestuurlijke boete wordt gegeven(voorts: direct beboetbare feiten) die enerzijds de onveiligheid van werknemers vergroten en anderzijds het werk van de Arbeidsinspectie ernstig belemmeren, moeten leiden tot het direct corrigeren van werkgevers. In voorkomende gevallen wordt dus direct overgegaan tot het aanzeggen van een bestuurlijke boete. De lijst van overtredingen waarvoor direct eenbestuurlijke boete wordt gegevenis op voorhand niet limitatief. De lijst kan worden uitgebreid met feiten waarvan het politiek, maatschappelijk, beleidsmatig of inhoudelijk nodig wordt geacht deze direct door middel van een boete aan te pakken. Ten aanzien van de met een asterisk (*) gemarkeerde feiten kan ook een werknemer worden beboet, indien deze de betreffende verplichting(en) niet naleeft. Het onvoldoende toezien op de naleving van instructies en voorschriften bij werkzaamheden waaraan risico’s voor werknemers zijn verbonden. (artikel 8, lid 4, Arbowet) Het niet (direct) melden van een dodelijk arbeidsongeval of een arbeidsongeval dat leidt tot een blijvend letsel of een ziekenhuisopname. (artikel 9, lid 1, Arbowet) Het ontbreken van adequaat deskundig toezicht op jeugdige werknemers. (artikel 1.37, lid 1 Arbobesluit) Het ontbreken van a
- – het ontbreken van vakbekwaamheid/bevoegdheid van werknemers om bepaalde – in de regelgeving omschreven – in potentie risicovolle werkzaamheden te verrichten;
- – het nagelaten hebben van bepaalde risicoverminderende handelingen en/of maatregelen in risicovolle situaties;
- – het nagelaten hebben van verplichte meldingen aan de Arbeidsinspectie;
- – bepaalde onmisbare basisvoorzieningen.
- a. op een diepte groter dan 9 meter,
- b. bij een stroomsnelheid groter dan 0,5 meter per seconde,
- c. met voorgenomen decompressie,
- d. met een ademgas anders dan lucht,
- e. over een periode langer dan een week,
- f. ten behoeve van de ondergrondse winningsindustrie, of ten behoeve van de winningsindustrie die delfstoffen wint met behulp van boringen,