Bijlage A Bordenregeling: als bedoeld in de artikelen 4, tweede lid, 10, vijfde lid, 11, eerste en tweede lid, 12, eerste lid, 14, derde lid, 15, tweede lid, 16 derde lid, 17, tweede lid, en 25, eerste lid van de Bordenregeling
1 2 3 4 5 6 Bordhoogte (mm) Loodrechte Loodrechte Codecijfer Tekst Leesvlak Geïnstalleerd afstand van rand afstand van rand (max) rijbaanverharding baanverharding tot aan tot aan dichtstbijzijnde dichtstbijzijnde bordkant bordkant 1 of 2 200 400 700 57-11 m 3-10 m 1 of 2 300 600 900 5-11 m 3-10 m 3 of 4 300 600 900 11-21 m 8-15 m 3 of 4 400 800 1100 11-21 m 8-15 m Soort baan Codecijfer Codecijfer Codecijfer Codecijfer 1 2 3 4 Niet-instrumentbaan 30 m 40 m 75 m 75 m Niet- 40 m 40 m 75 m 75 m precisielandingsbaan Precisielandingsbaan 60 m b.Om storingen van radionavigatiehulpmiddelen te voorkomen kan het nodig zijn de afstand te vergroten. 60 m b.Om storingen van radionavigatiehulpmiddelen te voorkomen kan het nodig zijn de afstand te vergroten. 90 m a.Indien een wachtpositie zich op een lagere hoogte bevindt in verhouding tot de baandrempel, mag deze afstand met 5 m worden verminderd voor iedere meter verschil waarbij het binnenste zijvlak niet mag worden gepenetreerd.b.Om storingen van radionavigatiehulpmiddelen te voorkomen kan het nodig zijn de afstand te vergroten. 90 m a.Indien een wachtpositie zich op een lagere hoogte bevindt in verhouding tot de baandrempel, mag deze afstand met 5 m worden verminderd voor iedere meter verschil waarbij het binnenste zijvlak niet mag worden gepenetreerd.b.Om storingen van radionavigatiehulpmiddelen te voorkomen kan het nodig zijn de afstand te vergroten. CAT I Precisielandingsbaan - - 90 m a.Indien een wachtpositie zich op een lagere hoogte bevindt in verhouding tot de baandrempel, mag deze afstand met 5 m worden verminderd voor iedere meter verschil waarbij het binnenste zijvlak niet mag worden gepenetreerd.b.Om storingen van radionavigatiehulpmiddelen te voorkomen kan het nodig zijn de afstand te vergroten. 90m a.Indien een wachtpositie zich op een lagere hoogte bevindt in verhouding tot de baandrempel, mag deze afstand met 5 m worden verminderd voor iedere meter verschil waarbij het binnenste zijvlak niet mag worden gepenetr