Art. 2 Bordenregeling, Begripsbepalingen

Bordenregeling

1. In deze regeling verstaan onder:

a. baanwachtpositie: een gemarkeerde positie waar voertuigen en taxiënde luchtvaartuigen verplicht zijn te stoppen met als doel een baan, een hindernisbeperkend vlak of een ILS/MLS kritisch dan wel gevoelig gebied te beschermen;

b. hindernisbeperkend vlak: een gedefinieerd vlak dat is gerelateerd aan een baan met als doel de hindernissituatie te beheersten en een veilige vluchtuitvoering van en naar die baan te waarborgen;

c. kruispunt: een kruising van banen of rijbanen dan wel splitsing van een rijbaan;

d. luchtvaartterreincode: een indelingssysteem voor luchtvaartterreinen of delen daarvan dat is gebaseerd op de referentie baanlengte en de afmetingen van luchtvaartuigen (aerodrome reference code);

e. niet-instrumentbaan: een baan die is bedoeld voor operaties van een luchtvaartuig waarbij gebruik wordt gemaakt van visuele naderingsprocedures;

f. referentie baanlengte: de minimum baanlengte, zoals voorgeschreven door de certificerende autoriteit, die nodig is voor de start van een luchtvaartuig onder de volgende omstandigheden:

maximum gecertificeerde startmassa,

baan op zeeniveau en zonder helling,

standaard atmosferische condities,

windstilte. (aeroplane reference field length);

g. rijbaankruispunt: een knooppunt van twee of meer rijbanen;

h. tussenliggende wachtpositie: een gemarkeerde positie niet zijnde een baanwachtpositie waar voertuigen en taxiënde luchtvaartuigen verplicht zijn te stoppen (intermediate holding position);

i. wachtpositie voor het wegverkeer: een gemarkeerde positie waar voertuigen verplicht zijn te stoppen (road-holding position);

j. zichtbare baanlengte: het voor de gezagvoerder van een luchtvaartuig dat zich op de baanhartlijn bevindt zichtbare gedeelte van de markeringen of lichten van de baanrand of baanhartlijn (RVR).