Art. 26 Examenreglement voor luchtvarenden 2001, Overgangsbepalingen voor kandidaten die voor 1 oktober 1999 aan een vliegopleiding voor de categorie vliegtuigen zijn begonnen of voor 1 oktober 2001 aan een vliegopleiding voor de categorie helikopters of een opleiding voor boordwerktuigkundige zijn begonnen

Examenreglement voor luchtvarenden 2001

De minister verstrekt de aanvrager van een bewijs van bevoegdheid of bevoegdverklaring, dat na omzetting op grond van artikel 38 van het Besluit bewijzen van bevoegdheid voor de luchtvaart leidt tot afgifte van één van de hieronder genoemde bewijzen van bevoegdheid of bevoegdverklaringen, eerste lid, een praktijkexamenformulier indien:

1. aanvrager geslaagd is voor het betreffende theorie-examen;

2. aanvrager houder is van:

a. voor IR(A)-SE en IR(A)-ME: een PPL(A) of CPL(A);

b. voor FI(A): een CPL(A) of ATPL(A);

c. voor CPL(A)+IR: een PPL(A), Groot Militair Brevet of Marine Vliegbewijs of een buitenlands CPL+IR, afgegeven conform de eisen gesteld in bijlage I van het Verdrag inzake de Internationale Burgerluchtvaart dat met het Nederlandse PPL(A) kan worden gelijkgesteld;

d. voor ATPL(A) en multi-pilot type rating: een CPL(A) en een geldige IR(A)-ME.

4. aanvrager houder is:

a. voor IR(H)-SE en IR(H)-ME: een PPL(H) of CPL(H);

b. voor FI(H): een CPL(H) of ATPL(H);

c. voor CPL(H)+IR: een PPL(H), Groot Militair Brevet of Marine Vliegbewijs of een buitenlands CPL+IR, afgegeven conform de eisen gesteld in bijlage I van het Verdrag inzake de Internationale Burgerluchtvaart dat met het Nederlandse PPL(H) kan worden gelijkgesteld;

d. voor ATPL(H) en multi-pilot type rating: een CPL(H) en een geldige IR(H)-ME.