Bijlage 1 Bvim: behorende bij het Besluit voorzieningen en installaties milieubeheer
Besluit voorzieningen en installaties milieubeheer (Bvim)
In deze bijlage wordt verstaan onder: algemeen: met betrekking tot veiligheid: met betrekking tot lozingen: met betrekking tot gasdrukregel- en meetstations en de opslag van propaan: met betrekking tot bescherming van de bodem: 1.1.1 De uitvoering en opstelling van het gasdrukregel- en meetstation dat op of na 1 mei 1994 is opgericht, voldoet aan NEN 1059 inclusief wijzigingsbladen. De uitvoering en opstelling van het gasdrukregel- en meetstation dat is opgericht vóór 1 mei 1994 voldoet aan voorschrift 7.1 en voorschriften 8.1 tot en met 8.4 van het Besluit gasdrukregel- en meetstations milieubeheer. 1.1.2 Met betrekking tot de opstelplaats van een gasdrukregel- en meetstation zijn ten opzichte van buiten de inrichting gelegen woningen en objecten categorie I en II, de in onderstaande tabel opgenomen afstanden in acht genomen: Categorie-indeling NEN 1059 Opstellingswijze woningen objecten categorie I objecten categorie II B Kast 4 m 4 m 2 m (semi-)Ondergronds station 4 m 4 m 2 m Kaststation 6 m 6 m 4 m Open opstelling/vrijstaand gebouw 10 m 10 m 4 m C Alle stations t/m 40 000 m03/uur 15 m 15 m 4 m Alle stations boven 40 000 m03/uur 25 m 25 m 4 m 1.1.3 Voor een gasdrukregel- en meetstation dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit reeds was opgericht en waarvoor onmiddellijk daaraan voorafgaand een vergunning in werking en onherroepelijk was, gelden de in die vergunning bepaalde afstanden voorzover die afstanden afwijken van de afstanden bedoeld in voorschrift 1.1.2. De genoemde afstanden voor een (semi-)ondergronds station mogen worden gehalveerd indien het gasvoerende deel geheel ondergronds ligt. Kasten mogen tegen gebouwen worden geplaatst mits wordt voldaan aan de bepalingen van NEN 1059. 1.1.4 Binnen het gasdrukregel- en meetstation en binnen een straal van 1 meter afstand van het gasdrukregel- en meetstation is roken en open vuur verboden en is het verboden brandbare materialen op te slaan. Het verbod is duidelijk zichtbaar aangegeven door midde
- – NVN: een door het Nederlands Normalisatie instituut (NEN) uitgegeven Nederlandse voornorm;
- – NEN-norm: een door de NEN uitgegeven norm;
- – NEN-EN-norm: een door het Comité Européen de Normalisation opgestelde en door de NEN als Nederlandse norm aanvaarde en uitgegeven norm;
- – ten minste gelijkwaardige instelling: instelling in een lidstaat van de Europese Unie, in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of in een andere staat waarmee de Europese Unie een wederzijdse erkenningsovereenkomst met betrekking tot het in het voorschrift bedoelde onderwerp heeft afgesloten;
- – IEC: International Electrotechnical Commission;
- – WBDBO: weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag;
- – CPR: Commissie Preventie van Rampen door Gevaarlijke Stoffen;
- – CPR 11–1: Richtlijn 11–1 van de CPR, getiteld «Het gebruik van propaan op bouwterreinen», eerste druk, uitgave 1984;
- – CPR 11–2: Richtlijn 11–2 van de CPR, getiteld «De opslag van propaan en butaan in stationaire bovengrondse reservoirs met een inhoud groter dan 0,15 m3 en ten hoogste 5 m3», eerste druk, uitgave 1986;
- – CPR 11–3: Richtlijn 11–3 van de CPR, getiteld «Opslag van propaan en butaan in stationaire bovengrondse, ondergrondse en terpreservoirs met een inhoud groter dan 5 m3 en ten hoogste 150 m3», eerste druk, uitgave 1990;
- – zeer licht ontvlambare stof: stof of preparaat in vloeibare toestand (K0-vloeistof) met een vlampunt van minder dan 0° C en een kookpunt van 35°C of minder, alsmede gasvormige stof die of gasvormig preparaat dat, bij normale temperatuur en druk aan de lucht blootgesteld, kan ontbranden;
- – licht ontvlambare stof: stof die of preparaat dat:
- a. bij normale temperatuur aan de lucht blootgesteld, zonder toevoer van energie in temperatuur kan stijgen en tenslotte ontbranden;
- b. in vaste toestand, door kortstondige inwerking van een ontstekingsbron, gemakkelijk kan worden ontstoken en na verwijdering van de ontstekingsbron blijft branden of gloeien;
- c. in vloeibare toestand een vlampunt van minder dan 21°C heeft (K1-vloeistof);
- d. in gasvormige toestand, bij normale druk, met lucht ontvlambaar is, of
- e. bij aanraking met water of vochtige lucht, licht ontvlambare gassen in een gevaarlijke hoeveelheid ontwikkelt;
- – ontvlambare stof: stof of preparaat in vloeibare toestand (K2-vloeistof) met een vlampunt van ten minste 21°C en ten hoogste 55°C;
- – bedrijfsriolering: voorziening voor de afvoer van bedrijfsafvalwater vanuit de inrichting naar een openbaar riool of naar een andere voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater;
- – openbaar riool: gemeentelijke voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater;
- – riolering: bedrijfsriolering of voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater;
- – objecten categorie I:
- a. bejaardenoorden, verpleeginrichtingen, ziekenhuizen en sanatoria, zwakzinnigeninrichtingen en psychiatrische ziekenhuizen, gezinsvervangende tehuizen;
- b. scholen;
- c. complexen waarin meer dan 5 winkels zijn gevestigd en waarvan het gezamenlijke vloeroppervlak meer dan 1000 m2 bedraagt, en winkels met een totaal vloeroppervlak van meer dan 2000 m2 per object;
- d. hotels, restaurants en kantoorgebouwen, bestemd voor meer dan 50 personen per object;
- e. telecommunicatiegebouwen, gebouwen met vluchtleidingsapparatuur en andere kwetsbare objecten met een hoge infrastructurele waarde;
- f. installaties en bovengrondse opslagtanks voor brandbare, explosieve of giftige stoffen en andere objecten die door secundaire effecten een verhoogd risico met zich meebrengen;
- g. campings bestemd voor het verblijf van meer dan 50 personen, volkstuincomplexen waarop meer dan 25 tuinhuisjes, mede bestemd voor het verblijf van personen, aanwezig zijn en andere recreatieterreinen, bestemd voor het verblijf gedurende meerdere aaneengesloten dagen van het jaar van meer dan 50 personen;
- – objecten categorie II:
- a. sporthallen en zwembaden;
- b. winkels, voorzover zij niet onder categorie I vallen;
- c. hotels, restaurants en kantoorgebouwen voorzover zij niet onder categorie I vallen;
- d. bedrijfsgebouwen, voorzover zij niet onder categorie I vallen, alsmede incidentele dienst- en bedrijfswoningen die op industrieterreinen voorkomen, met een gemiddelde dichtheid aan dienst- of bedrijfswoningen van ten hoogste één per hectare;
- e. speeltuinen, sportvelden, openluchtzwembaden en andere recreatieterreinen, voorzover deze recreatieterreinen niet onder categorie I vallen;
- – bodembeschermende voorziening: fysieke voorziening die de kans op emissies of immissies reduceert;
- – bodembeschermende maatregel: handeling in de vorm van controle of onderhoud van een voorziening of proces, om de kans op emissies of immissies te reduceren.
- a. een schema van de gasdrukregel- en meetinstallatie;
- b. een schema van de in- en uitgaande leidingen met hun afsluiters;
- c. essentiële gegevens omtrent de installatie, zoals maximale incidentele werkdruk, drukreductie en ontwerpcapaciteit.
- a. voorzien van een doelmatige ventilatie, zodanig dat de interne warmte-ontwikkeling geen aanleiding geeft tot onveilig functioneren van de opgestelde warmtekrachtinstallatie,
- b. niet als opslag- of bergruimte in gebruik, en
- c. geen tijdelijke bewaarplaats van stoffen of voorwerpen die brand of explosie kunnen veroorzaken.
- a. een voor die activiteit of activiteiten gecertificeerde natuurlijke persoon of rechtspersoon, of
- b. een andere natuurlijke persoon of rechtspersoon die over aantoonbare gelijkwaardige deskundigheid beschikt voor die activiteit of activiteiten.
- a. onderhoudscontract(en) van de installatie;
- b. certificaten of bewijzen van periodiek onderhoud of keuring van de installatie;
- c. de in voorschrift 2.2.5 bedoelde registratie van het brandstofverbruik, de geproduceerde en nuttig toegepaste warmte in GJ en de geproduceerde elektriciteit in kWh.
- a. een voor die activiteit of activiteiten gecertificeerde natuurlijke persoon of rechtspersoon, of
- b. een andere natuurlijke persoon of rechtspersoon die over aantoonbare gelijkwaardige deskundigheid beschikt voor die activiteit of activiteiten.
- a. direct voor of na binnenkomst van de leiding in een gebouw;
- b. aan het einde van elk aftakking van een vaste leiding naar een gebruikstoestel, en
- c. in de leidingen op plaatsen waar de leiding geheel of gedeeltelijk kan worden gespoeld met een inert gas.
- a. onderhoudscontracten van de installatie;
- b. certificaten of bewijzen van periodiek onderhoud of keuring.
- a. de verlichting en andere apparatuur explosieveilig uitgevoerd, en
- b. roken en open vuur verboden.
- a. IEC 61400–2 «Safety requirements of small wind turbines», uitgave 1996, indien het beslagen rotoroppervlak kleiner is dan 40 m2;
- b. NVN 11400–0 «Windturbines – Deel 0: Voorschriften voor typecertificatie – Technische eisen», uitgave 1999, indien het beslagen rotoroppervlak 40 m2 of groter is,
- a. het doen van onderzoek naar de mogelijkheden tot het treffen van maatregelen of voorzieningen ten behoeve van het voorkomen of het beperken van hinder door slagschaduw of lichtschittering voorzover zich binnen een afstand van 12 maal de rotordiameter van de windturbine één of meerdere woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen bevinden;
- b. de ten behoeve van het voorkomen of het beperken van hinder door slagschaduw of lichtschittering te treffen maatregelen.
- a. de verlichting en andere apparatuur explosieveilig uitgevoerd, en
- b. roken en open vuur verboden.
- a. het afgedekt zijn of afgezogen worden van een bassin of kelder,
- b. de situering van de uitmonding van de afvoerleiding, of
- c. de aanwezigheid, de uitvoering en het onderhouden van een ontgeuringsinstallatie.
- a. meer dan 10 mg/l bevat aan minerale olie,
- b. meer dan 300 mg/l bevat aan sulfaat,
- c. meer dan 500 µg/l bevat aan chroom, koper, lood, nikkel, zink en tin individueel,
- d. meer dan 100 µg/l bevat aan monocyclische aromatische koolwaterstoffen som,
- e. meer dan 40 µg/l bevat aan naftaleen,
- f. meer dan 30 mg/l bevat aan onopgeloste bestanddelen,
- g. meer dan 10 µg/l bevat aan perchloorethyleen,
- h. meer dan 50 µg/l bevat aan polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK 10),
- i. meer dan 10 µg/l bevat aan trichloorethyleen, of
- j. een pH heeft lager dan 6,5 of hoger dan 8,5 bij een etmaalmonster, respectievelijk 10 bij een zogenoemd steekmonster (piekwaarde).
- a. de doelmatigheid en de plaats van een controlevoorziening, of
- b. het aanbrengen van andere voorzieningen.
- a. een door Onze Minister wie het aangaat aangewezen natuurlijke persoon of rechtspersoon, of
- b. een andere natuurlijke persoon of rechtspersoon die over aantoonbare gelijkwaardige deskundigheid beschikt voor die activiteit of activiteiten.