Art. 4 Besluit uitkering gemeenten Wet financiering Abw, IOAW en IOAZ voor het jaar 2002, Berekening uitkeringsbedrag middelgrote gemeenten

Besluit uitkering gemeenten Wet financiering Abw, IOAW en IOAZ voor het jaar 2002

Voor gemeenten met meer dan 40 000 en minder dan 60 000 inwoners wordt het bedrag van de uitkering berekend aan de hand van de volgende formule:

UG = {0,5 x (K : TK40 000–60 000) x TB40 000–60 000 + 0,5 x [(1 – M) x (K : TK40 000–60 000) + M x (O : OT40 000–60 000)] x TB40 000–60 000} x C

waarbij:

a. UG de uitkering aan de gemeente is;

b. K de gemeentelijke uitkeringslasten 1999 zijn;

c. TK40 000–60 000 het totaal is van de gemeentelijke uitkeringslasten 1999 van gemeenten met meer dan 40 000 en minder dan 60 000 inwoners;

d. TB40 000–60 000 het totale bedrag is dat beschikbaar is voor de uitkeringen aan gemeenten met meer dan 40 000 en minder dan 60 000 inwoners;

e. M het aantal inwoners van de gemeente per 1 januari 2001 is, verminderd met 40 000 en vervolgens gedeeld door 20 000;

f. O de objectief vastgestelde gemeentelijke uitkeringskosten zijn;

g. OT40 000–60 000 het totaal is van de objectief vastgestelde gemeentelijke uitkeringskosten van gemeenten met meer dan 40 000 en minder dan 60 000 inwoners;

h. C de correctiefactor is die wordt berekend aan de hand van de formule die is opgenomen in de bijlage, welke onderdeel uitmaakt van dit besluit.