Art. 1 Regeling toezichtskosten commerciële omroep

Regeling toezichtskosten commerciële omroep

1. Voor de vergoeding die een commerciële omroepinstelling, die toestemming heeft verkregen voor het uitzenden of doen uitzenden van een door haar verzorgd televisieprogramma voor algemene omroep, jaarlijks aan het Commissariaat voor de Media is verschuldigd voor de kosten die verbonden zijn aan het toezicht, gelden de in onderstaande tabel genoemde bedragen in euro:

Aantal huishoudens in

Nederland dat het

programma kan ontvangen

< 25.000

25.000-

50.000

50.000-

100.000

100.000-

500.000

500.000

1.000.000

1.000.000-

3.000.000

3.000.000>

Gemiddelde duur van de

uitzendingen per dag in het

desbetreffende kalenderjaar

< 3 uren

136

272

544

1632

2448

3264

4080

3 - < 6 uren

272

544

1088

3264

4896

6528

8160

6 - < 9 uren

408

816

1632

4896

7344

9792

12.240

9 - < 12 uren

544

1088

2176

6528

9792

13.056

16.320

12 > uren

680

1360

2720

8160

12.240

16.320

20.400

2. De vergoeding die een commerciële omroepinstelling, die toestemming heeft verkregen voor het uitzenden of doen uitzenden van een door haar verzorgd radioprogramma voor algemene omroep, jaarlijks aan het Commissariaat voor de Media is verschuldigd voor de kosten die verbonden zijn aan het toezicht, bedraagt 50% (vijftig procent) van de bedragen, vermeld in de tabel van het eerste lid, met dien verstande dat de vergoeding niet lager wordt vastgesteld dan op een bedrag van € 113.

3. In afwijking van het eerste lid bedraagt de vergoeding die een commerciële omroepinstelling, die toestemming heeft verkregen voor het uitzenden of doen uitzenden van een door haar verzorgd televisieprogramma voor algemene omroep dat bestaat uit het gedurende de uitzendduur veelvuldig en aaneensluitend herhalen van een programma dat voor zover het de beeldinhoud betreft uitsluitend of nagenoeg uitsluitend bestaat uit stilstaande beelden, 25% (vijfentwintig procent) van de bedragen vermeld in de tabel van het eerste lid, met dien verstande dat de vergoeding niet lager wordt vastgesteld dan op een bedrag van € 113.

4. Indien de toestemming voor het uitzenden of doen uitzenden van een programma voor algemene omroep in de loop van het kalenderjaar in werking treedt, wordt ingetrokken of vervalt, worden het eerste tot en met derde lid naar tijdsgelang toegepast, met dien verstande dat de vergoeding niet lager wordt vastgesteld dan op een bedrag van € 113.