Art. 4 Regeling aanpassing landelijke bedragen gemiddelde personeelslast (gpl-bedragen) in verband met de CAO 2000 - 2002 en maatregelen in relatie tot de werkgroep Van Rijn, Landelijke gemiddelde personeelslast per 1 maart 2001

Regeling aanpassing landelijke bedragen gemiddelde personeelslast (gpl-bedragen) in verband met de CAO 2000 - 2002 en maatregelen in relatie tot de werkgroep Van Rijn

1. Voor de directie bedraagt de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats voor:

• schoolsoortgroep 1: ƒ 140.469,27

• schoolsoortgroep 2: ƒ 167.651,22

• schoolsoortgroep 3: ƒ 165.861,72

• schoolsoortgroep 4: ƒ 161.112,40

2. De landelijke gemiddelde personeelslast voor de leraren wordt per school bepaald volgens de formule: cf x ggl +c Daarbij is: cf: de voor de schoolsoortgroep waartoe de school behoort vastgestelde coëfficiënt. Deze bedraagt voor: ggl: de gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren als bedoeld in de publicatie van 27 februari 1998, VO/FB/1998/7449 (OCenW-Regelingen 1998, 7) en van 10 augustus 1998, VO/FB/1998/30920 (OCenW-Regelingen 1998, 18), en c: de voor de schoolsoortgroep waartoe de school behoort vastgestelde vaste voet. Deze bedraagt voor:

• schoolsoortgroep 1: ƒ 2.049,46

• schoolsoortgroep 2: ƒ 3.021,52

• schoolsoortgroep 3: ƒ 2.585,36

• schoolsoortgroep 4: ƒ 2.228,11

• schoolsoortgroep 1: ƒ 20.518,18

• schoolsoortgroep 2: ƒ 3.462,42

• schoolsoortgroep 3: ƒ 15.536,20

• schoolsoortgroep 4: ƒ 19.719,38

3. Voor het onderwijsondersteunend personeel bedraagt de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats ƒ 73.647,25, ongeacht de schoolsoortgroep.