Art. 2 Regeling aanpassing landelijke bedragen gemiddelde personeelslast (gpl-bedragen) in verband met de CAO 2000 - 2002 en maatregelen in relatie tot de werkgroep Van Rijn, Landelijke gemiddelde personeelslast per 1 januari 2001
1. Voor de directie bedraagt de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats voor:
• schoolsoortgroep 1: ƒ 137.286,56
• schoolsoortgroep 2: ƒ 163.852,63
• schoolsoortgroep 3: ƒ 162.103,67
• schoolsoortgroep 4: ƒ 157.461,96
2. De landelijke gemiddelde personeelslast voor de leraren wordt per school bepaald volgens de formule: cf x ggl +c Daarbij is: cf: de voor de schoolsoortgroep waartoe de school behoort vastgestelde coëfficiënt. Deze bedraagt voor: ggl: de gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren als bedoeld in de publicatie van 27 februari 1998, VO/FB/1998/7449 (OCenW-Regelingen 1998, 7) en van 10 augustus 1998, VO/FB/1998/30920 (OCenW-Regelingen 1998, 18), en c: de voor de schoolsoortgroep waartoe de school behoort vastgestelde vaste voet. Deze bedraagt voor:
• schoolsoortgroep 1: ƒ 1.991,43
• schoolsoortgroep 2: ƒ 2.935,97
• schoolsoortgroep 3: ƒ 2.512,16
• schoolsoortgroep 4: ƒ 2.165,02
• schoolsoortgroep 1: ƒ 19.937,25
• schoolsoortgroep 2: ƒ 3.364,39
• schoolsoortgroep 3: ƒ 15.096,33
• schoolsoortgroep 4: ƒ 19.161,07
3. Voor het onderwijsondersteunend personeel bedraagt de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats ƒ 71.978,57 ongeacht de schoolsoortgroep.