Art. 17 Besluit zeevisvaartbemanning, Regels met betrekking tot de vereiste bemanning van vissersvaartuigen
1. Aan boord van elk vissersvaartuig is een voldoende aantal geoefende bemanningsleden om de groepsreddingmiddelen en de tewaterlatingsvoorzieningen, die vereist zijn om alle opvarenden in geval van nood te ontschepen, te bedienen.
2. Over elke te gebruiken reddingboot heeft een zeevarende, in het bezit van het certificaat, bedoeld in artikel 45 de leiding; tevens is een plaatsvervanger, in het bezit van dit certificaat, aangewezen.