Bijlage I Regeling vaccinatie Newcastle disease: bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Regeling vaccinatie Newcastle disease
Regeling vaccinatie Newcastle disease
Vaccinatiemethoden: Voorschriften ten aanzien van vaccinatie:
- injectie;
- spray;
- aërosol;
- oogdruppels.
- De dieren worden in de periode van 72 uur na de geboorte tot de achttiende levensdag ten minste eenmaal gevaccineerd.
- Dieren die bestemd zijn voor de productie van broed- dan wel consumptie-eieren worden tevens geïnjecteerd met een geïnactiveerd vaccin.
- Alle koppels van 10 weken of ouder, niet zijnde vleeskuikens of vleeskalkoenen, die worden verplaatst van het ene pluimveebedrijf naar het andere worden 14 tot 42 dagen vóór het vervoer gevaccineerd met een levend vaccin.
- Alle koppels van 10 weken of jonger, niet zijnde vleeskalkoenen of vleeskuikens, worden, indien ze worden verplaatst, ten minste tweemaal gevaccineerd, waarbij de laatste vaccinatie tussen 14 tot 42 dagen vóór het vervoer wordt toegediend. Dit geldt niet voor dieren die binnen een bedrijf naar een ander lokaal worden verplaatst, mits daarbij geen vervoer over de openbare weg plaatsheeft.
- Op de vaccinatieverklaring wordt iedere vaccinatie tegen Newcastle disease geregistreerd, onder vermelding van de gehanteerde methode.
- De vaccins voldoen aan de criteria, bedoeld in Beschikking 93/152/EEG van de Commissie van 8 februari 1993 houdende vaststelling van de eisen waaraan in het kader van de programma's inzake routinevaccinatie tegen Newcastle disease te gebruiken vaccins moeten voldoen (PbEG L 059).