Art. 9 Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Belastingdienst/FIOD-ECD 2001
Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Belastingdienst/FIOD-ECD 2001
1. De buitengewoon opsporingsambtenaar beschikt over een ontheffing van het bepaalde in artikel 16, eerste lid van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar, onder de navolgende voorwaarden:
a. de buitengewoon opsporingsambtenaar is bekwaam indien hij met goed gevolg een van de basisopleidingen voor de buitengewoon opsporingsambtenaar Belastingdienst/FIOD-ECD heeft voltooid;
b. de onder a. bedoelde basisopleidingen omvatten tenminste het niveau van de eindtermen zoals vastgesteld bij circulaire van de Minister van Justitie van 10 augustus 2000, kenmerk 5045239/500/CBK, zijn onderworpen aan goedkeuring door de Minister van Justitie en worden afgesloten met een toets;
c. de onder b bedoelde toetsing van de buitengewoon opsporingsambtenaar geschiedt door een onafhankelijke examencommissie waarin een lid van het Openbaar Ministerie is vertegenwoordigd;
d. door middel van een systeem van periodieke toetsing of bijscholing wordt gewaarborgd dat het door de buitengewoon opsporingsambtenaar verworven kennisniveau blijft gehandhaafd.