Art. 2 Mandaat directeur Groene Ruimte en Recreatie
Mandaat directeur Groene Ruimte en Recreatie
1. Bij verhindering van de directeur is de plaatsvervangend directeur Groene Ruimte en Recreatie gemachtigd om namens de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij met betrekking tot de in artikel 1, eerste lid, genoemde aangelegenheden te beslissen en stukken te ondertekenen.
2. De ondertekening, bedoeld in het eerste lid, luidt: `DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ voor deze: DE PLV. DIRECTEUR GROENE RUIMTE EN RECREATIE,'.