Art. 1 Subsidieverordening aanhouden zeugen buiten de beschermings- en toezichtsgebieden 2001

Subsidieverordening aanhouden zeugen buiten de beschermings- en toezichtsgebieden 2001

Voor de toepassing van deze Verordening wordt verstaan onder:

a. Productschap:

Productschap Vee en Vlees;

b. voorzitter:

voorzitter van het Productschap

c. landbouwbedrijf:

geheel van productie-eenheden in Nederland, bestaande uit één of meer gebouwen of gedeelten daarvan en de daarbij behorende cultuurgrond, uitsluitend of deels dienende tot uitoefening van de landbouw;

d. rechtspersoon:

rechtspersoon, anders dan een publiekrechtelijke rechtspersoon.

e. beschrijvingsbiljet:

beschrijvingsbiljet als bedoeld in artikel 24 van de Landbouwwet zoals dit door de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, ten behoeve van de in 2001 te houden landbouwtelling is vastgesteld;

f. beschermings- en toezichtsgebieden:

de gebieden I, II en III, zoals deze zijn omschreven in de bijlage bij de Regeling verbodsbepalingen aangewezen toezichtsgebieden mond- en klauwzeer 2001, zoals deze luidt op 27 april 2001.

g. annex I:

in bijlage I van beschikking 2001/223/EG vermelde delen van het grondgebied van Nederland;

h. annex II:

in bijlage II van beschikking 2001/223/EG vermelde delen van het grondgebied van Nederland;

i. LASER:

Agentschap LASER van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij:

j. biggen:

biggen als bedoeld in de rubrieken 235 en 237, vleesvarkens als bedoeld in de rubrieken 239 en 241 en fokvarkens als bedoeld in rubrieken 243 en 245 van het beschrijvingsbiljet;

k. zeugen:

opfokzeugen en zeugen als bedoeld in de rubrieken 245, 247, 249 en 251 van het beschrijvingsbiljet;

l. varkens:

vleesvarkens als bedoeld in rubriek 241 en fokvarkens als bedoeld in rubriek 245 van het beschrijvingsbiljet;