Bijlage 2 Regeling vaststelling model financiële verantwoording en controleprotocol educatie 2000: controleprotocol Rijksbijdrage Educatie
Regeling vaststelling model financiële verantwoording en controleprotocol educatie 2000
- 1.1 Stel vast dat het in de verantwoording opgenomen "totaal verplichte bedragen" uitsluitend betrekking heeft op door de gemeente aan instellingen voor beroepsonderwijs en volwasseneneducatie (bve-instellingen) uitbetaalde, c.q. ultimo van het jaar nog verschuldigde, gelden voor educatie-activiteiten gedurende het jaar waarvoor de middelen aan de gemeenten zijn toegekend.
- 1.2 Stel vast dat de bedragen die de gemeente heeft uitbetaald, c.q. als schuld heeft verantwoord, berusten op één of meer tussen de gemeente en bve-instellingen afgesloten overeenkomsten voor educatie. Deze overeenkomsten moeten voldoen aan de in artikel 2.3.4, tweede lid, van de WEB gestelde eisen. Het gaat om de volgende eisen:
- a. gedurende de gehele periode waarvoor de rijksbijdrage educatie is toegekend, moet in ieder geval een overeenkomst van kracht zijn.
- b. de overeenkomst moet tenminste betrekking hebben op:
- • de aard van de activiteiten;
- • het aantal deelnemers, in voorkomende gevallen onderscheiden naar doelgroepen;
- • de periode;
- • de omvang van het bedrag, dan wel de wijze waarop dit berekend wordt;
- • de wijze waarop het bedrag ter beschikking wordt gesteld;
- • de wijze waarop de bve-instelling verantwoording aflegt aan de gemeente;
- • de verplichtingen die de bve-instelling heeft ten aanzien van werkeloosheidsuitkeringen ten behoeve van gewezen personeel, voor zover deze uitkeringen het gevolg zijn van of verband houden met vermindering van de op grond de overeenkomst aangegane verplichtingen van de gemeente ten opzichte van de bve-instelling.
- 1.3 Stel vast dat de gemeente de rijksbijdrage voor educatie uiterlijk in het jaar volgend op het jaar waarin de middelen zijn terugontvangen van de instelling, heeft besteed.
- • Wet educatie en beroepsonderwijs;
- • Uitvoeringsregeling WEB, BVE/DenR-1999/44797 d.d. 3 december 1999 (Gele Katern 1999, nummer 31a);