Bijlage 1 Landelijk experimenteerkader Regionale Expertisecentra in oprichting: indicatiecriteria toelaatbaarheid tot (v)so en leerling gebonden budget
Landelijk experimenteerkader Regionale Expertisecentra in oprichting
De CvI heeft tot taak te beslissen of door de ouders aangemelde kinderen, woonachtig in de REC-regio, voldoen aan de landelijke criteria en derhalve toelaatbaar zijn tot het (v)so, danwel in aanmerking komen voor ambulante begeleiding (aan te vragen door de reguliere school, zie WEC). De CvI’s verzamelen de gegevens die nodig zijn voor indicatiestelling volgens het OC&W protocol dat tevens gebruikt is in het kader van het proeftraject-indicatiestelling (in het kader van de Derde Faciliteringsregeling Regionale Expertisecentra i.o. 2000/ 2001). Indien gegevens niet door of via de ouders geleverd kunnen worden draagt de CvI er zorg voor dat het onderzoek, dat in het kader van het protocol nodig is, uitgevoerd wordt. Zo nodig wordt dit uitgevoerd door de Commissie voor Onderzoek (CvO) van een van de scholen binnen het REC. Het protocol en de bijbehorende onderzoeksdocumenten worden anoniem gemaakt. Protocol en bijlagen worden voorzien van het REC nummer. Het protocolformulier wordt zo mogelijk gedigitaliseerd opgesteld en verzonden door de CvI aan de LCTI. Het protocol met bijlagen wordt tevens per post verzonden. De criteria zijn als volgt tot stand gekomen: Op een drietal punten is nadere toelichting op de criteria nodig. Het betreft de indicering van meervoudig gehandicapten, de mogelijkheid om een leerling met een zware belemmering in onderwijsparticipatie toelaatbaar te verklaren ook wanneer de stoornissen niet binnen de criteria zoals omschreven in paragraaf 8, 9 of 10 vallen, en de mg indicatie als beschreven in paragraaf 9 punt 5.2. Ten aanzien van de indicatiestelling meervoudig gehandicapt (MG) is in het uitwerkingsoverleg LGF afgesproken dat combinaties zmlk/ mlk de centrale categorie vormen voor MG. Bestaande afdelingen en scholen met combinaties waarin zmlk/ mlk blijven gehandhaafd. In de criteria voor zintuiglijk gehandicapten is de IQ grens in deze MG combinaties op 75 gesteld, waardoor ook een belangrijk deel van de MLK populatie onder deze indicatie ka
- vertrekpunt waren de criteria zoals voorgesteld in het advies Toelaatbaarheid getoetst (september 1998);
- deze criteria zijn in de periode mei 1999 – januari 2000 beproefd in de zogeheten praktijktoetsing. Deze praktijktoetsing is geëvalueerd door het Gion, leidend tot de eindrapportage Het oordeel gewogen (augustus 2000). Tevens is de praktijktoetsing in een afsluitingsbijeenkomst in mei 2000 geëvalueerd; van deze bijeenkomst is een verslag opgesteld;
- met het oog op de bevordering van de afstemming met de zorgsector is aan het NIZW een opdracht verstrekt tot een kort vergelijkend onderzoek naar de doelgroepomschrijving in de criteria voor speciaal onderwijs en in de indicatiestelling in het kader van de AWBZ. De doelgroep omschrijvingen stemden goed overeen.
- in de periode mei – augustus 2000 is in opdracht van OCenW door smets+ hover+ adviseurs, met medeneming van de inzichten uit voornoemde (deel)trajecten, gewerkt aan het formuleren van herziene criteria. Teneinde een zo duidelijk mogelijke tekst te krijgen, die tevens als uitgangspunt zou kunnen dienen bij de voorbereiding van formele regelgeving is redactioneel aangesloten bij de figuur van een ‘regeling’.
- een conceptversie van de herziene criteria is op 13 september 2000 in een werkbijeenkomst met vertegenwoordigers van de clusters 2, 3 en 4 besproken; deze
- conceptversie bevatte een uitgebreide toelichting op het voorstel. De werkbijeenkomst heeft overigens tot aanpassingen in de tekst geleid.
- tenslotte zijn de criteria door OCenW definitief opgesteld.