Art. 1 Regeling bijzondere ontslaguitkering politie

Regeling bijzondere ontslaguitkering politie

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. de Minister: de Minister van Veiligheid en Justitie;

b. bevoegd gezag: hetgeen daaronder in het Besluit algemene rechtspositie politie wordt verstaan;

c. ontslag: een ontslag als bedoeld in artikel 88 dan wel artikel 88a van het Besluit algemene rechtspositie politie;

d. betrokkene: de gewezen ambtenaar als bedoeld in artikel 88, eerste lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie, aan wie ontslag is verleend;

e. Stichting Pensioenfonds ABP: de Stichting Pensioenfonds ABP, bedoeld in artikel 6 van de Wet privatisering ABP;

f. pensioenreglement: het pensioenreglement Stichting Pensioenfonds ABP;

g. pensioen: een pensioen krachtens het pensioenreglement;

h. FPU-reglement: het Reglement flexibel pensioen en uittreden ter zake van basisuitkering en aanvullende uitkering, bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de Centrale vut-overeenkomst overheids- en onderwijspersoneel;

i. invaliditeitspensioen: een invaliditeitspensioen krachtens het pensioenreglement;

j. arbeidsongeschiktheid: arbeidsongeschiktheid in de zin van artikel 18, eerste lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;

k. WAO-uitkering: een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;

l. uitkering: uitkering, bedoeld in artikel 3;

m. AOW-gerechtigde leeftijd: de leeftijd, bedoeld in artikel 7a van de Algemene ouderdomswet, waarop recht op ouderdomspensioen ontstaat.