Bijlage II Regeling inzake hygiënevoorschriften besmettelijke dierziekten 2000: als bedoeld in de artikel 16 en 17, vijfde lid, van de Regeling inzake hygiënevoorschriften besmettelijke dierziekten Voorschriften inzake de reiniging en ontsmetting van vervoermiddelen voor vee
Regeling inzake hygiënevoorschriften besmettelijke dierziekten 2000
De reiniging vindt systematisch plaats in een logische volgorde van handelingen, waarbij van boven naar beneden en van binnen naar buiten wordt gewerkt. De reiniging geschiedt op adequate wijze. Hieraan wordt voldoende tijd besteed. Een adequate reiniging bestaat opeenvolgend uit de volgende handelingen: Indien de reiniging plaatsvindt op een slachtplaats is het gebruikte water van drinkwaterkwaliteit overeenkomstig richtlijn 80/778/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 15 juli 1980 betreffende de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water (PbEG L 229). Alle verwijderbare voorwerpen die bij het vervoermiddel behoren, worden verwijderd en apart gereinigd. Alle losse gebruiksvoorwerpen die bij het vervoermiddel behoren, alsmede eventuele matten in de cabine voor de chauffeur en eventuele bijrijders worden apart gereinigd. De cabine wordt gereinigd, met inbegrip van de pedalen, de cabinevloer en de bedieningsinstrumenten die in contact komen met de chauffeur of eventuele bijrijders. De ontsmetting vindt pas plaats, nadat de reiniging op adequate wijze is geschied en alle vuil- of vetresten verwijderd zijn. Vóór het aanbrengen van het ontsmettingsmiddel wordt overtollig water zoveel mogelijk verwijderd. De ontsmetting geschiedt met voor dat doel op grond van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 toegelaten ontsmettingsmiddelen. Ieder ontsmettingsmiddel dat wordt gebruikt, wordt gebruikt overeenkomstig de gebruiksaanwijzing. De persoonlijke bescherming van bij de ontsmetting aanwezige personen wordt strikt in acht genomen. De ontsmetting vindt systematisch plaats in een logische volgorde van handelingen, waarbij van boven naar beneden en van binnen naar buiten wordt gewerkt. Indien de ontsmetting plaatsvindt op een slachtplaats moet het gebruikte water van drinkwaterkwaliteit zijn overeenkomstig richtlijn 80/778/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 15 juli 1980 betreffende de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water (PbEG L
- a. verwijdering van aanwezig grof vuil, zoals mest, strooisel en eventuele voerresten;
- b. losweking van aanwezig fijner vuil of vet, bij voorkeur door het aanbrengen van een reinigingsmiddel op alle oppervlakken;
- c. verwijdering van de losgeweekte vuil- en vetdeeltjes en het reinigingsmiddel door middel van afspoeling van alle oppervlakken, bij voorkeur met water met een temperatuur van ten minste 70o C.