Bijlage I Regeling inzake hygiënevoorschriften besmettelijke dierziekten 2000: als bedoeld in de artikelen 5, eerste lid en 23, eerste lid, onderdeel a, van de Regeling inzake hygiënevoorschriften besmettelijke dierziekten

Regeling inzake hygiënevoorschriften besmettelijke dierziekten 2000

Het bedrijf is voorzien van een verharde plaats waar de reiniging en ontsmetting van vervoermiddelen geschiedt. De verharde plaats heeft opstaande randen, dan wel is zodanig aangelegd dat water en eventueel andere vloeistoffen niet in het grond- of oppervlaktewater terecht kunnen komen. De plaats is voorzien van een zodanige afvoer dat water en eventueel andere vloeistoffen die bij de reiniging en ontsmetting worden gebruikt, niet in het grond- of oppervlaktewater terecht kunnen komen. Het bedrijf kan voldoende water leveren voor de reiniging en ontsmetting van de vervoermiddelen die een of meer evenhoevigen op dat bedrijf lossen. De verharde plaats kan op zodanige wijze worden verlicht dat de reiniging en ontsmetting van vervoermiddelen te allen tijde onbelemmerd en naar behoren kan plaatsvinden. Op het bedrijf zijn voorzieningen aanwezig waarmee ontsmettingsmiddelen kunnen worden toegepast. Op het bedrijf zijn reinigingsmiddelen aanwezig, alsmede ontsmettingsmiddelen die voor dat doel op grond van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 zijn toegelaten, in voldoende mate om te kunnen voorzien in de reiniging en ontsmetting van de vervoermiddelen die op dat bedrijf een of meer evenhoevigen lossen. Op het bedrijf is een voorziening aanwezig waar de chauffeurs van de vervoermiddelen die varkens op het bedrijf lossen hun handen kunnen wassen met warm water en zeep. De wasplaats is goed bereikbaar voor vervoermiddelen via verharde wegen. De wasplaats is zodanig ingericht dat een deugdelijke en efficiënte reiniging en ontsmetting van vervoermiddelen onder alle klimatologische omstandigheden ongehinderd, met voldoende capaciteit in relatie tot de werkzaamheden op het bedrijf en ongeacht het type vervoermiddel kan plaatsvinden. Het vloeroppervlak van de wasplaats bestaat uit voor water ondoordringbaar of niet-poreus materiaal, zodat al het gebruikte water rechtstreeks via de afvoer van de wasplaats op zodanige wijze kan afvloeien naar de daarvoor bestemde opvangvoorzieningen dat