Bijlage 19 VV: behorend bij artikel 3.10, eerste en derde lid, Voorschrift Vreemdelingen 2000

Voorschrift Vreemdelingen 2000 (VV)

Voor wie is het medisch vragenformulier bestemd en wie vult deze in? Het medisch vragenformulier (1.) wordt ingevolge artikel 3.10, eerste lid, Voorschrift Vreemdelingen 2000 ingevuld en ondertekend door een door het hoofd van de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging aangewezen arts. Het model medisch vragenformulier (1.) wordt ingevolge artikel 3.10, derde lid, Voorschrift Vreemdelingen 2000 aan de aangewezen arts aangeboden met daarbij de in deze bijlage opgenomen begeleidende brief (2.) en het (deels) door de verzoeker ingevulde registratieformulier/toestemmingsverklaring (3.) Betreft: Geslachtsnaam Voorna(a)m(en) Geboortedatum Nationaliteit Betrokkene heeft een verzoek ingediend tot ontheffing van het basisexamen inburgering waarbij medische omstandigheden een rol spelen. Niet-medische omstandigheden (zoals bijvoorbeeld analfabetisme) die in de aanvraagprocedure worden aangevoerd, worden door de Immigratie- en Naturalisatiedienst ook meegewogen bij de beoordeling van het verzoek om ontheffing. U hoeft hier als medicus niks over op te merken. Graag hier aangeven van welke medische informatie gebruik is gemaakt voor het onderzoek Naam medische behandelaar Betrokkene is voor het onderzoek gezien op (datum) Graag ontvang ik van u de antwoorden op de relevante vragen. Kruis hieronder enkel aan welke van de onderstaande type-aandoening of aandoeningen van toepassing is /zijn en beantwoord de hierbij gestelde vragen. □ 1. Visus-aandoening: 1a. Wat zijn de klachten? 1b. Wat is de diagnose? (Bij voorkeur met een ICD code) 1c. Kunt u het gezichtsverlies per oog in percentages aangeven? (Bijvoorbeeld 0.8 (80%), 0.1 (10%)). 1d. Zijn de klachten van blijvende aard of is naar uw oordeel (door behandeling) herstel mogelijk? (Bijvoorbeeld binnen enkele weken, enkele maanden, enkele maanden tot een jaar, een aantal jaren of chronisch / in ieder geval langer dan 3 jaar). 1e. In hoeverre is betrokkene met hulpmiddelen (zoals bijvoorbeeld lenzen, een bril) in st