Art. 22 Regeling nationale vervoerbewijzen openbaar vervoer, Landelijke en stedelijke dagkaarten
Regeling nationale vervoerbewijzen openbaar vervoer
1. Een stedelijke dagkaart bestaat uit een strippenkaart van 8 strippen die verticaal is gestempeld met één van de volgende zonenummers:
a. 5700, 5710, 5711, 5712, 5713, 5714, 5715, 5721, 5722, 5723, 5724, 5725 en 5825 in het gebied van het Regionaal Orgaan Amsterdam;
b. 5300, 5310, 5311, 5314, 5315, 5316, 5319, 5321, 5322, 5324, 5326, 5327, 5329 en 5336 in het gebied van de Stadsregio Rotterdam;
c. 5400, 5410, 5413, 5414, 5416 en 5419 in het gebied van het Stadsgewest Haaglanden;
d. 5000, 5010, 5019, 5020, 5022, 5029, 5030, 5031, 5039, 5049, 5111, 5118, 5120, 5121, 5122, 5128, 5132, 5134, 5137, 5138, 5147, 5157, 5910, 5914, 5915, 5920, 5923, 5925, 5927, 5933, 5937 en 5939 in het gebied van het Bestuur Regio Utrecht.
2. Een stedelijke dagkaart voor kinderen en ouderen bestaat uit een strippenkaart met 8 strippen die verticaal is gestempeld op de eerste of laatste 4 strippen met een van de zonenummers, genoemd in het eerste lid.