Art. 5.8 VB, Vrijheidsontnemende maatregelen
Vreemdelingenbesluit 2000 (VB)
1. Voordat de vreemdeling op grond van artikel 59, 59a of 59b van de Wet in vreemdelingenbewaring wordt gesteld, wordt hij gehoord.
2. Het eerste lid is niet van toepassing indien het voorafgaande gehoor van de vreemdeling niet kan worden afgewacht. In dat geval wordt de vreemdeling zo spoedig mogelijk na de tenuitvoerlegging van de vreemdelingenbewaring gehoord.
3. Van het gehoor wordt proces-verbaal opgemaakt.
4. Aan de vreemdeling wordt tijdig mededeling gedaan van de hem toekomende bevoegdheid zich bij het gehoor te doen bijstaan door zijn raadsman.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 24 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5695
- Rb. Den Haag 6 oktober 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:29553
- Rb. Den Haag 18 augustus 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:24959
- Rb. Den Haag 20 augustus 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:23405
- Rb. Den Haag 16 juli 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:19659
- Rb. Den Haag 2 juli 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:18890