Art. 3.99a VB, De aanvraag
Vreemdelingenbesluit 2000 (VB)
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de gevallen waarin de vreemdeling of diens wettelijk vertegenwoordiger in persoon dient te verschijnen teneinde te voldoen aan bepaalde voorwaarden voor verlening van een verblijfsvergunning, indien het een aanvraag betreft tot:
a. het verlenen van een verblijfsvergunning op de grond dat de uitzetting van de vreemdeling in strijd is met artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden;
b. het verlenen van een verblijfsvergunning onder een beperking verband houdend met medische behandeling als bedoeld in artikel 3.46, dan wel het wijzigen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd in een verblijfsvergunning met dat doel; of
c. het verlenen van een verblijfsvergunning onder een beperking verband houdend met tijdelijke humanitaire gronden als bedoeld in artikel 3.48, tweede lid.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 28 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2098
- ABRvS 29 maart 2016, ECLI:NL:RVS:2016:945
- ABRvS 5 oktober 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2707
- ABRvS 28 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2157
- ABRvS 9 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1170
- Rb. Den Haag 28 maart 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:3538
- Rb. Den Haag 22 mei 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:6665
- Rb. Den Haag 13 september 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:11368
- Rb. Den Haag 7 augustus 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:9694