Art. 1.26 VB, Visa
Vreemdelingenbesluit 2000 (VB)
1. De vreemdeling legt bij de in persoon ingediende aanvraag, bedoeld in artikel 1.24, eerste lid, in ieder geval over een geldig document voor grensoverschrijding, alsmede, voor zover redelijkerwijs mogelijk, de gegevens en bescheiden op basis waarvan kan worden vastgesteld dat wordt voldaan aan de voorwaarden voor verlening of wijziging.
2. Bij de niet in persoon door de referent ingediende aanvraag legt hij afschriften over van de in het eerste lid bedoelde gegevens en bescheiden en legt hij, of in voorkomend geval de vreemdeling, op verzoek van Onze Minister de originelen over.
3. In afwijking van het eerste lid legt de vreemdeling die niet beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding, voor zover redelijkerwijs mogelijk, gegevens en bescheiden over waarmee wordt aangetoond dat hij vanwege de regering van het land waarvan hij onderdaan is, niet of niet meer in het bezit van een geldig document voor grensoverschrijding kan worden gesteld. In dat geval legt hij tevens aanvullende gegevens of bescheiden over omtrent zijn identiteit en nationaliteit.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 16 mei 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1508
- ABRvS 16 mei 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1509
- ABRvS 16 mei 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1639
- ABRvS 16 mei 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1637
- ABRvS 16 mei 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1638
- ABRvS 16 mei 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1640
- ABRvS 28 september 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2299
- Rb. Den Haag 19 januari 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:402
- Rb. Den Haag 12 januari 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:207
- Rb. Den Haag 22 oktober 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:16785
- Rb. Den Haag 22 november 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:12996
- Rb. Den Haag 3 december 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:13233
- Rb. Den Haag 23 november 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:15462
- Rb. Den Haag 29 november 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:14201