Art. 6 Interimbesluit capaciteitstoewijzing spoorwegen, Minimumniveaus
Interimbesluit capaciteitstoewijzing spoorwegen
1. Railned neemt zodanige besluiten tot capaciteitstoewijzing, dat ten minste:
a. voor internationaal openbaar vervoer tussen 6.00 en 24.00 uur paden gerealiseerd kunnen worden tussen:
1°. Amsterdam–Zevenaar grens, richting Keulen, met een frequentie van 9 paden per richting per dag;
2°. Amsterdam–Roosendaal grens, richting Brussel, met een frequentie van 1 pad per uur per richting;
3°. Amsterdam–Roosendaal grens, richting Parijs, met een frequentie van 7 paden per richting per dag;
b. voor binnenlands openbaar vervoer de bedieningsfrequenties in de spits op hetzelfde niveau als in de dienstregelingsperiode 2000/2001 worden behouden;
c. voor stadsgewestelijk openbaar vervoer de stations, vermeld in bijlage A bij dit besluit, buiten de spits bediend kunnen worden met de bijbehorende frequenties;
d. voor conventioneel goederenvervoer paden gerealiseerd kunnen worden in:
1°. de vervoersrelaties, vermeld in bijlage B bij dit besluit, met een daarbij genoemde frequentie en karakteristiek;
2°. de vervoersrelaties, anders dan vermeld in bijlage B bij dit besluit, met een frequentie en een karakteristiek die overeenkomt met de goederenpaden die gedurende de voorafgaande dienstregelingsperiode toegewezen zijn;
e. voor het zware goederenvervoer het aantal paden hetzelfde niveau heeft als in de dienstregelingsperiode 2000/2001.
2. Ten behoeve van het bereiken van de niveaus, bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, kan Railned capaciteit tot een bepaald tijdstip voorbehouden voor dat gebruik van de spoorweginfrastructuur.