Bijlage 2 Regeling eisen verwerking CFK- en HCFK-houdende koel- en vriesapparatuur 2000: , behorende bij artikel 2 van de Regeling eisen verwerking CFK- en HCFK-houdende koel- en vriesapparatuur 2000

Regeling eisen verwerking CFK- en HCFK-houdende koel- en vriesapparatuur 2000

Deze meting is van toepassing indien het ontgaste poly-urethaanschuim (PUR-schuim) is bestemd voor hergebruik. Voor elke partij ontgast PUR-schuim, bestemd voor hergebruik, dient een monster te worden genomen. Het nemen van een representatief monster gebeurt volgens de algemene richtlijnen voor monsterneming opgesteld door VROM/RIVM (NVN 5860 Afvalstoffen, bemonstering van afvalstoffen). Bepaling van het gehalte CFK 11 en CFK 12 in ontgast- en oud PUR-schuim door middel van purge en trap op kool, vloeistof-desorptie en analyse met gaschromatografie-massaspectrometrie. Voor het opstellen van dit protocol is gebruik gemaakt van de volgende literatuur: Dit protocol geeft een beschrijving van de bepaling van het gehalte CFK 11 en CFK 12 in PUR-schuim door oplossen van de PUR in zwavelzuur waarbij door middel van purge en trap de CFK's geadsorbeerd worden op actief kool. De actief kool wordt na desorptie met koolstofdisulfide geanalyseerd met gaschromatografie en massaspectrometrie. Deze methode is van toepassing op PUR-schuim afkomstig uit koelkasten waarin het als isolatiemateriaal was aangebracht. De vorm waarin de PUR-schuim kan voorkomen is vast plaatmateriaal (oud PUR-schuim) of poedervormig materiaal wat overblijft na verkleining en ontgassing van het vaste plaatmateriaal bij de verwerking van de koelkasten (ontgast PUR-poeder). De methode is bruikbaar vanaf een CFK-concentratie van 0,1 m/m%. Er wordt gebruikgemaakt van een Purge en Trap opstelling volgens NEN 6401. Een bekende hoeveelheid PUR wordt verwarmd met zwavelzuur in een Purge en Trap opstelling. Na het oplossen van de PUR wordt gedurende 30 minuten stikstof doorgeleid. De met de stikstofstroom meegevoerde CFK's worden vervolgens geadsorbeerd op een actief koolbuis (800/200 mg). De analyse van de actief kool wordt uitgevoerd door de kool te desorberen met een bekende hoeveelheid koolstofdisulfide. Na desorptie wordt een hoeveelheid van de koolstofdisulfide-oplossing geïnjecteerd in de gaschromatograaf waa