Bijlage I Tijdelijke subsidieregeling Belvedere: belvederesteden
Tijdelijke subsidieregeling Belvedere
Appingedam Groningen Bolsward Dokkum Franeker Harlingen Hindelopen Leeuwarden Sloten Workum IJlst Sneek Stavoren Assen Blokzijl Deventer Gramsbergen Hasselt Kampen Oldenzaal Ootmarsum Vollenhove Zwolle Arnhem Batenburg Bredevoort Bronkhorst Buren Culemborg Doesburg Elburg Harderwijk Hattem Nijmegen Tiel Zaltbommel Zutphen Amersfoort Oudewater Utrecht Wijk bij Duurstede IJsselstein Alkmaar Amsterdam Edam Enkhuizen Haarlem Hilversum Hoorn Medemblik Monnickendam Muiden Naarden Weesp Zaanstad Ameide Den Briel Den Haag Delft Dordrecht Geervliet Goedereede Gorinchem Gouda Heenvliet Leiden Maassluis Middelharnis Nieuwpoort Rotterdam Schiedam Schoonhoven Vianen Voorburg Aardenburg Domburg St.-Anna ter Muiden Brouwershaven Goes Hulst St.-Maartensdijk Middelburg Tholen Veere Vlissingen Zierikzee Bergen op Zoom Breda 's-Hertogenbosch Eindhoven Grave Geertruidenberg Heusden Megen Oisterwijk Ravenstein Tilburg Willemstad Woudrichem Heerlen Maastricht Roermond Sittard Thorn Valkenburg Bij de controle op de naleving van de subsidiebepalingen wordt aan de hieronder genoemde artikelen van het Bekostigingsbesluit cultuuruitingen (het Besluit) de daarbij aangegeven aandacht besteed. Artikelen Soort aandacht 19, 20, 22, 24 lid 1 en 34 normale aandacht 25 lid 1 procedurele aandacht 23 lid 5, 28 en 29 speciale aandacht Onder normale aandacht wordt verstaan controle met de diepgang van een jaarrekeningcontrole zoals omschreven in Richtlijn 200 en verder van de Richtlijnen voor de Accountantscontrole (Koninklijk NIVRA, Amsterdam, 1996). Onder procedurele aandacht wordt verstaan controle op het bestaan en de werking van procedures, die in het leven zijn geroepen om aan bepaalde voorschriften te voldoen overeenkomstig paragraaf 2 van Richtlijn 400 van de Richtlijnen voor de Accountantscontrole (Koninklijk NIVRA, Amsterdam, 1996). Zoals gebruikelijk is bij de accountantscontrole op de departementale rekeningen, wordt het accountantscontrolerisico gesteld op 5%. Onder speciale aandacht wordt v
- Onderdelen b en c
- Nederland kent diverse gebieden met cultuurhistorische waarden. In sommige gebieden is sprake van een cumulatie van waarden en (of) een integrale samenhang van waarden, die maakt dat deze gebieden bijzondere aandacht verdienen. In nauwe afstemming tussen rijk en provincies zijn gebieden geselecteerd, op kaart gezet en beschreven in termen van karakteristieken. Daarbij zijn fysieke dragers geïdentificeerd die als het ware het cultuurhistorische karakter van een gebied vormgeven. Het zijn deze, niet limitatief maar wel representatief, opgesomde dragers waarop het ruimtelijk beleid zich kan richten. De Belvederegebieden en Belvederesteden zijn aangegeven op de Cultuurhistorische Waardenkaart van Nederland (Belvederekaart), die is opgenomen in de nota `Belvedere, Beleidsnota over de relatie tussen cultuurhistorie en ruimtelijke inrichting'. Deze nota is ondertekend door de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en de Minister van Verkeer en Waterstaat. De nota is op 2 juli 1999 aan de Tweede Kamer aangeboden (Kamerstukken II, 1998/99, 26 663, nrs. 1 en 2). Deze kaart is gebaseerd op deskundige beoordelingen door het rijk en de provincies vanuit de drie betrokken invalshoeken: de archeologische, de historisch-(steden)bouwkundige en de historisch-landschappelijke. De kaart onderscheidt gebieden met sectorale cultuurhistorische waarden en de Belvederegebieden met gecombineerde cultuurhistorische waarden. De kaart vormt de basis voor het gebiedsgerichte beleid. Voorzover er bij de beoordeling van een concrete aanvraag, ondanks het bestaan van de Belvederekaart onduidelijkheid ontstaat omtrent de exacte grenzen van een Belvederegebied, neem ik een besluit terzake. Het gebied de Nieuwe Hollandse Waterlinie is uitgezonderd van de begripsomschrijving Belvederegebied, omdat dit gebied als afzonderlijk project is aangemerkt (artikel 1 sub h) en dientengevolge onduidelijkheid zou kunnen ontstaan omtrent de afbakening tussen regionale projecten, lokale projecten en projecten Nieuwe Hollandse Waterlinie. Voor de bepaling van de cultuurhistorische waarde van de steden is een andere systematiek gevolgd. In grote lijnen gaat het om beschermde stadsgezichten in de zin van de Monumentenwet 1988, een aantal stadsgezichten uit de jongere bouwkunst (18501940) en een aantal in archeologisch opzicht waardevolle steden.
- Onderdeel d
- De categorie themagerichte projecten betreft het stimuleren van een themagerichte aanpak van de cultuurhistorie. Sommige cultuurhistorische waarden en structuren kennen een verspreiding die verder reikt dan een af te bakenen gebied en lenen zich daardoor voor een thematische benadering. Het betreft vooral projecten met als doel de cultuurhistorie toeristisch of recreatief te ontsluiten en voorzieningen te treffen voor restauratie en onderhoud. Deze projecten bieden veelal een goede mogelijkheid voor een directe betrokkenheid van particuliere organisaties. Het gaat met name om twee typen thema's, namelijk om ruimtelijke trends en historische thema's. In algemene zin kunnen enkele majeure ruimtelijke tendensen worden onderscheiden op het gebied van veranderend waterbeheer, de dynamiek van het platteland en de verandering en vernieuwing van het verstedelijkingspatroon. Het zijn ontwikkelingen (`ruimtelijke trends') die structureel van aard lijken en zich, in verschillende vormen, over een langere termijn en over geheel Nederland zullen uitstrekken. Zij dienen als aanknopingspunten voor cultuurhistorisch en ruimtelijk beleid. Daarnaast zijn er de (cultuur)historische thema's als historische infrastructuur (b.v. trekvaarten en waterwegen, oude spoorlijnen, de Romeinse `limes', middeleeuwse handelsroutes), historische banden tussen steden en dorpen (Hanzesteden, vissersdorpen aan de Zuiderzee), historische waterwerken (oude dijken met doorbraakkolken, vaarten en tochten, sluisjes en dijkmagazijnen) of andersoortige thema's, zoals Holland Bloembollenland of vestingsteden. - Onderdeel e De categorie regionale projecten betreft de realisering van projecten in bepaalde Belvederegebieden. De definitieve selectie van de daarvoor in aanmerking komende gebieden zal samenvallen met de subsidieverleningen op grond van deze regeling voor het jaar 2000. De provincies zijn reeds uitdrukkelijk uitgenodigd om voorstellen te doen, zowel terzake van de gebieden als terzake van de projecten. Het is de bedoeling dat in de projectplannen wordt aangesloten bij ruimtelijke ontwikkelingen. In bijzondere gevallen kunnen echter ook gebiedsgerichte projecten die uitsluitend op titel van de cultuurhistorie worden geëntameerd, voor subsidie in aanmerking komen.
- Onderdeel f
- De categorie lokale projecten betreft het stimuleren van en investeren in lokale en regionale initiatieven buiten de regionale projecten, maar wel in de Belvederegebieden, gericht op een integrale benadering van de cultuurhistorie en de betrokkenheid van particuliere partijen. Ook voor deze categorie geldt dat in bijzondere gevallen gebiedsgerichte projecten kunnen worden geëntameerd uitsluitend op titel van de cultuurhistorie
- Onderdeel g Op grond van deze regeling wordt ten behoeve van het stimuleren van op cultuurhistorische leest geschoeide (lokale) plannen een budget beschikbaar gesteld om cultuurhistorisch verantwoorde ontwerpen te bevorderen. Hierbij gaat het om planvorming voor de verdere ontwikkeling van binnensteden, de vormgeving van de openbare ruimte, de herstructureringsopgaven van bestaande bedrijventerreinen en woonwijken en de vormgeving van nieuwe uitbreidingslokaties.
- Onderdeel h Subsidiëring van projecten Nieuwe Hollandse Waterlinie heeft als doel het geven van een nationale impuls aan de aanpak van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. De Nieuwe Hollandse Waterlinie is aangemerkt als `nationaal project' in het kader van de nota Belvedere, vanwege de complexe bestuurlijke en ruimtelijke opgave die een regie vanuit het Rijk nodig maakt. Voor dergelijke omvangrijke en complexe projecten is volgens de Startnota Ruimtelijke Ordening 1999 een integrale inrichtingsopgave aan de orde. De revitalisering van de Nieuwe Hollandse Waterlinie kan, als megasingel rond de Randstad, de fysieke drager van de ruimtelijke inrichtingsopgave vormen.
- Onderdeel a
- Projecten dienen een integraal karakter te hebben. Hierbij gaat het om een integrale benadering vanuit de drie cultuurhistorische disciplines: archeologisch, historisch-(steden)bouwkundig en historisch-landschappelijk. Een project hoeft niet noodzakelijkerwijze op alle drie de disciplines te zijn gericht, maar er dient wel sprake te zijn van een integrale visie vanuit de cultuurhistorie.
- Onderdeel b Aandacht voor cultuurhistorie betekent een terugblik in het verleden; ruimtelijke inrichting vraagt een blik op de toekomst. Bij de beoordeling van de projecten wordt expliciet gekeken naar de wijze waarop deze aspecten aan elkaar worden gekoppeld.
- Onderdeel c De extra impuls die met deze regeling wordt beoogd, richt zich niet op bestaande werkwijzen, maar is juist gericht op een vernieuwende aanpak. Projecten dienen om die reden zicht te bieden op nieuwe mogelijkheden en nieuwe ideeën over de omgang met cultuurhistorie binnen de ruimtelijke ordening. Projecten leveren belangwekkende informatie op. In de aanvraag dienen om die reden voldoende waarborgen te worden geboden voor verspreiding van de in het project te ontwikkelen kennis of inzichten.
- Onderdeel d Behoud van het onroerend cultureel erfgoed is alleen mogelijk, indien tegelijkertijd zorg wordt gedragen voor voldoende ruimtelijke en economische `dragers' en door het cultuurhistorisch belang te koppelen aan andere belangen. Dit impliceert dat duurzaam behoud van het cultureel erfgoed niet een zorg voor de rijksoverheid alleen is, maar gestalte krijgt door gerichte samenwerking met andere overheden, marktpartijen, maatschappelijke organisaties en andere instellingen. Betrokkenheid van particuliere organisaties, profit en non-profit, is daarom bij de gebiedsgerichte ontwikkeling van de cultuurhistorische identiteit van groot belang. Het rijk verwacht van de initiatiefnemers van de gebiedsgerichte aanpak dat zij particuliere organisaties vroegtijdig en volwaardig betrekken bij deze projecten.
- Onderdeel e Bij de toewijzing van de projecten wordt rekening gehouden met geografische en thematische spreiding. Concentratie van middelen in een bepaald deel van Nederland of bestemd voor een bepaald onderwerp of thema is niet gewenst. Het beperkte budget kan breed worden ingezet door in Belvederegebieden en -steden zoveel mogelijk verschillende stimulerende activiteiten te financieren. Indien diverse projecten in een bepaalde streek worden uitgevoerd of een bepaald onderwerp betreffen, kunnen daarom omwille van de spreiding van het budget over een zo breed mogelijk (beleids)terrein projecten worden afgewezen.
- Onderdeel f In de bijlage van de nota Belvedere worden de cultuurhistorische kwaliteit, de beleidskansen en voorgestelde beleidsstrategieën beschreven per Belvederegebied. Naarmate een project dichter aansluit bij hetgeen daar is beschreven, bestaat er meer kans dat de aanvraag wordt toegewezen. Deze eis geldt alleen voor de regionale en lokale projecten.