Art. 24 Regeling periodieke audit GBA, De heraudit
De heraudit wordt overeenkomstig de volgende eisen uitgevoerd:
1. De heraudit betreft:
a. de foutklassen van het inhoudelijk deel van de audit, waarin meer fouten zijn geconstateerd dan de desbetreffende norm toestaat;
b. de vragen, genoemd in artikel 23, tweede lid, waarop negatief is geantwoord, waarbij het te overleggen document ontbreekt dan wel voor zover van toepassing maatregelen niet zijn getroffen of in de praktijk niet worden nageleefd;
c. de vragen, genoemd in artikel 23, derde lid, waarop negatief is geantwoord dan wel waarbij het te overleggen document ontbreekt.
2. Er wordt bij de heraudit gecontroleerd of de auditee zodanige maatregelen heeft getroffen dat de kwaliteit van de desbetreffende onderdelen nu wel voldoende is.
3. Voor een heraudit met betrekking tot de gegevens in foutklassen A, B of C is het gestelde in paragraaf 1 van hoofdstuk 2 van overeenkomstige toepassing.
4. Voor een heraudit met betrekking tot het procesdeel is het gestelde in paragraaf 2 van hoofdstuk 2 van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat de beantwoording van alle vragen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt gecontroleerd.
5. Voor een heraudit met betrekking tot het privacydeel is het gestelde in paragraaf 3 van hoofdstuk 2 van overeenkomstige toepassing.
6. Artikel 21 en 21a zijn van overeenkomstige toepassing.