Art. 7 Regeling verlenging bewijzen van luchtwaardigheid, Bevoegdheidsverlening en -intrekking
Regeling verlenging bewijzen van luchtwaardigheid
1. De minister verleent op aanvraag aan een erkend zweefvliegtechnicus de bevoegdheid tot het uitvoeren van BvL-verlengingsinspecties, indien:
a. de erkend zweefvliegtechnicus, door tussenkomst van het inspectie-instituut, het handboek kwaliteitszorg voor erkende zweefvliegtechnici heeft uitgebreid met een procedure met betrekking tot deze inspecties, en deze procedure onderdeel is van de overeenkomst aangaande het toezicht van het inspectie-instituut op de erkend zweefvliegtechnicus, en
b. de erkend zweefvliegtechnicus onafhankelijk is van het technisch beheer van het onderhoud van het luchtvaartuig.
2. De bevoegdheid tot het uitvoeren van BvL-verlengingsinspecties wordt opgenomen in het aanhangsel behorende bij het bewijs van erkenning als zweefvliegtechnicus.
3. De in het eerste lid bedoelde bevoegdheid geldt voor het uitvoeren van BvL-verlengingsinspecties voor (motor)zweefvliegtuigen waarvoor de erkend zweefvliegtechnicus erkend is onderhoudswerkzaamheden uit te voeren, zoals omschreven in bijlage 2.
4. Artikel 6, vierde lid, is van toepassing.