Bijlage 1 Uitvoeringsregeling BSE 2000-IIA
Uitvoeringsregeling BSE 2000-IIA
Op 12 mei jl. is de Uitvoeringsregeling BSE 2000-II (Stcrt. 92) gepubliceerd, waarbij het programma Energiebesparing in de Gebouwde Omgeving en Ruimtelijke Aspecten is vastgesteld. In deze aanvullende regeling worden enkele onderdelen aan dit programma toegevoegd. Het doel van het programma Energiebesparing in de Gebouwde Omgeving en Ruimtelijke Aspecten is het bevorderen van de ontwikkeling en toepassing van energiebesparende methoden en technieken in de woningbouw en in de utiliteitsbouw en het bevorderen van de reductie van de vraag naar energie en reductie van de milieubelasting door het optimaliseren van de energie infrastructuur, door samenwerking op bedrijventerreinen en door reductie van de vraag naar mobiliteit en het bevorderen van de duurzame afwikkeling van de mobiliteitsvraag. Het tweede deel van het programma omvat de volgende onderdelen: De mate waarin een project bijdraagt aan de realisering van de doelstelling van het programma, wordt bepaald door algemene aspecten en door onderdeelspecifieke aspecten. De algemene aspecten zijn: De onderdeelspecifieke aspecten worden voor zover van toepassing hierna per onderdeel aangegeven. Ad a. Indien de slaagkans van een project te gering wordt geacht, zal het verlenen van subsidie niet aan de orde zijn. Voor het vaststellen van de slaagkans van een project wordt, naast een inschatting van de technische en financieel/economische haalbaarheid, tevens rekening gehouden met factoren van organisatorische, juridische en bestuurlijke aard, alsmede met de financiële draagkracht van de aanvrager. Ad b. Onder het nieuwheidscriterium wordt in dit programma verstaan: Ad d. Bij de bepaling van de milieuverdienste wordt rekening gehouden met: Ad e. De projectkosten worden getoetst aan de mogelijke energieverdienste. Hiertoe worden de projectkosten onder andere beoordeeld in termen van kosten per hoeveelheid bespaarde primaire energiedragers (gulden/GJ). Ad h. Een project wordt mede beoordeeld op basis van inzicht in de markt
- A. Energiebesparing in woningen;
- B. Ontwikkeling en toepassing van energie-efficiënte elektrische en gasgestookte apparaten;
- C. Lage Temperatuur Systemen voor Ruimteverwarming (LTS).
- a. de slaagkans van het project;
- b. de nieuwheid van het project;
- c. de potentiële energieverdienste van het project;
- d. de milieuverdienste van het project;
- e. de projectkosten in relatie tot de potentiële bijdrage van het project aan de doelstelling van het programma;
- f. de relevantie voor andere doelstellingen van overheidsbeleid;
- g. de mate waarin relevante kennisoverdracht plaatsvindt;
- h. de toepassingsmogelijkheden van het projectresultaat in de markt;
- i. de mate waarin het project aansluit bij een aanwezig innovatietraject van de aanvrager of van anderen;
- j. de mate waarin wordt samengewerkt met andere (markt)partijen, bijvoorbeeld in technologieclusters of in marktclusters;
- k. indien van toepassing, de mate waarin wordt bijgedragen aan de doelstelling van een Meerjaren Afspraak (MJA).
- het toepassen van nieuwe technologieën;
- het geven van nieuwe toepassingen aan bestaande technologieën.
- de mate waarin CO2-emissies worden vermeden;
- de mate waarin emissies van andere milieubelastende stoffen worden gereduceerd;
- de mate waarin wordt vermeden dat verschuivingen van milieueffecten van het ene milieucompartiment naar het andere optreden.
- onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten met betrekking tot certificatiesystemen voor warmteterugwinapparatuur, welke onderdeel vormt van een ventilatiesysteem, als ook het testen in de praktijk van deze certificatieprocedures, uit te voeren door brancheorganisaties en onderzoeksinstituten;
- kennisoverdrachtprojecten die gericht zijn op het bevorderen van toepassing van warmteterugwininstallaties, uit te voeren door met name brancheorganisaties;
- kennisoverdrachtprojecten met betrekking tot optimaal isolerend glas, uit te voeren door brancheorganisaties en fabrikanten en gericht op toepassing in de bestaande woningbouw;
- onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten, praktijkexperimenten en kennisoverdrachtprojecten met betrekking tot optimaal isolerende gevelelementen, uit te voeren door onderzoeksinstituten, brancheorganisaties en fabrikanten;
- kennisoverdrachtprojecten ter ondersteuning van nationale normalisatie op het gebied van de EPN;
- kennisoverdrachtprojecten over woningconcepten met een EPC gelijk aan of lager dan 0,8;
- onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten met betrekking tot financieel instrumentarium voor het aanbrengen van energiebesparende maatregelen, met name in de bestaande bouw;
- kennisoverdrachtprojecten met betrekking tot financieel instrumentarium voor het aanbrengen van energiebesparende maatregelen, met name in de bestaande bouw;
- onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten en praktijkexperimenten met betrekking tot marketinginstrumenten die in de bestaande bouw op lokaal niveau kunnen worden toegepast, uit te voeren door (samenwerkingsverbanden van) meerdere participanten bij herstructurerings- en/of wijkbeheeropgaven en gericht op het toepassen van energiebesparende maatregelen.
- de kenmerken van de te renoveren woning t.a.v. bouwjaar en type woning moeten voldoen aan de kenmerken van een bij Novem vastgelegde referentiewoning; informatie omtrent de relevante typen van referentiewoningen is bij Novem verkrijgbaar;
- de aan te brengen energiebesparingsmaatregelen dienen te voldoen aan het voor dat referentietype vastgelegde pakket aan maatregelen; de informatie omtrent het energiebesparingspakket dat relevant is voor de onderhavige referentiewoning, is bij Novem verkrijgbaar;
- de renovatie van de woning dient uiterlijk 1 juni 2001 te zijn gerealiseerd.
- woningbouwcorporaties;
- projectontwikkelaars;
- bouwbedrijven;
- gemeenten;
- institutionele beleggers.
- het project is een demonstratieproject met een projectomvang van ten minste 30 woningen;
- de EPC is kleiner dan 0,8;
- de oplevering van het nieuwbouwproject is uiterlijk 18 oktober 2002;
- er is een afgeronde haalbaarheidsstudie beschikbaar; uit de haalbaarheidsstudie moet blijken dat er een gemotiveerde systeemkeuze is gemaakt voor de installatieconcepten in relatie tot de te treffen bouwkundige maatregelen en dat de concepten technisch uitvoerbaar, reproduceerbaar en financieel haalbaar zijn;
- in het project moeten voorzieningen worden getroffen om ten minste op een later tijdstip nog toepassing van duurzame energie mogelijk te maken; dit kan worden bereikt door:
- het realiseren van een ontwerp-aanvoertemperatuur voor verwarming van maximaal 55 °C (conform NEN 5128 of gelijkwaardige normen van andere lidstaten van de Europese Unie of van de Europese Economische Ruimte) bij individuele en van het tapwater gescheiden collectieve verwarmingssystemen of, bij toepassing van collectieve systemen voor verwarming en warmtapwater, een ontwerp-aanvoertemperatuur van maximaal 70 °C; of
- een geveloriëntatie tussen zuidwest en zuidoost van ten minste 75% van het aantal woningen;
- ten minste 90% van de kostenneutrale maatregelen, die naast de EPC gerelateerde maatregelen genoemd worden in het Nationaal pakket Duurzaam Bouwen Woningbouw, deel nieuwbouw, dient in de projecten te zijn toegepast.
- 1. de mate van oriëntatie (geveloriëntatie van de woningen 75% of meer tussen zuidwest en zuidoost) en de hieraan gerelateerde, stedenbouwkundige opzet van het project;
- 2. de mate van aandacht voor de energievoorziening in de planopzet; het hierbij gevolgde besluitvormingsproces en de rol van de betrokken partijen wordt mede beoordeeld;
- 3. de mate waarin duurzame bronnen (bijv. zonne-energie) worden toegepast; bij toepassing zonne-energiesystemen eveneens de mate waarin bij schuine daken een hellingshoek tussen 30 en 60 graden wordt toegepast;
- 4. de mate waarin de te realiseren EPC lager is dan 0,8 per woningtype;
- 5. de mate van integratie van bouwkundige energiebesparingsmaatregelen in het woningconcept, inclusief de woningplattegrond(en);
- 6. de mate van uitwerking van energie-efficiënte installatieconcepten en de systeemkeuzen, mede ook met betrekking tot de mogelijkheden die de locatie biedt, en de mate van integratie van installatieconcepten in het bouwkundig ontwerp;
- 7. de hoogte van de aan de EPC gerelateerde meerkosten;
- 8. de mate van toepassing van de niet-kostenneutrale maatregelen, opgenomen in het Nationaal pakket Duurzaam Bouwen Woningbouw, deel Nieuwbouw, welke niet aan de EPC gerelateerd zijn;
- 9. de toepassingsmogelijkheden van het projectresultaat in de markt.
- woningbouwcorporaties;
- projectontwikkelaars;
- bouwbedrijven;
- gemeenten;
- institutionele beleggers.
- vrijstaande apparaten voor witgoed, bruingoed, woonhuisverlichting, apparatuur voor informatietechnologie en communicatie;
- (componenten van) installaties voor tapwaterverwarming en klimatisering alsmede utilitaire verlichting.
- demonstratieprojecten, marktintroductieprojecten en kennisoverdrachtprojecten met betrekking tot huishoudelijke koel- en/of vriestoestellen met energie-index conform het EU-energielabel lager dan 0,42 (Energie+), huishoudelijke wasdrogers met efficiëntieklasse A of gasgestookte wasdrogers, huishoudelijke wasmachines met centrifugegetal hoger dan of gelijk aan 1400 toeren per minuut, bruingoed en apparatuur voor informatietechnologie en communicatie met powermanagement of energie-efficiëntie die tenminste voldoet aan de criteria voor het GEA- of het Energy Star (voorzover van toepassing) energielabel, woonhuisverlichting met armaturen met integrale ballast en compact fluorescentielichtbronnen met steekfitting, verlichtingssystemen met elektronische voorschakelarmaturen, spiegeloptieken en daglichtafhankelijk regelen voor bestaande utiliteitsgebouwen;
- haalbaarheidsprojecten, onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten en praktijkexperimenten met betrekking tot bruingoed met auto-shut-off-technologie, combitoestellen met minimale kwaliteit HR 107 of gelijkwaardige normen van andere lidstaten van de Europese Unie of van de Europese Economische Ruimte voor ruimteverwarming gecombineerd met minimale kwaliteit hoog rendement voor warmtapwaterbereiding;
- kennisoverdrachtprojecten waarin voorlichting wordt gegeven aan adviseurs, installateurs, detaillisten, consumenten, gebruikers en professionele inkopers van apparaten met het oog op de aanschaf van energiezuinige apparaten en (instellingen voor) het energiebewust gebruik van apparaten en installaties;
- haalbaarheidsprojecten, onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten, praktijkexperimenten, demonstratieprojecten, marktintroductieprojecten en kennisoverdrachtprojecten met betrekking tot toestellen met warmteterugwinning uit huishoudelijk afvalwater ten behoeve van warmtapwaterbereiding, huishoudelijke wasdrogers met warmteterugwinning uit warme drooglucht, systemen voor warmteterugwinning uit ventilatielucht met rendement minimaal 90% in utiliteitsgebouwen, verlichtingssystemen met aanwezigheidsdetectie in utiliteitsgebouwen.
- de termijn waarop substantiële energiebesparing kan worden bereikt;
- de mate waarin het project reproduceerbaar is, de (kost)prijsverlaging van een voor het onderdeel relevante techniek en, bij installaties, de mate waarin verwacht mag worden dat de resultaten van het project tot aanscherping van de energieprestatienormering (EPN) kunnen leiden ofwel de mogelijkheden van energiebesparing in de bestaande bouw vergroten;
- de mogelijkheden voor internationale samenwerking en participatie in een stimuleringsprogramma van de Europese Unie.
- fabrikanten en industriële ontwikkelaars van vrijstaande apparaten of (componenten van) installaties;
- instellingen voor onderzoek en ontwikkeling of kennisoverdracht;
- adviesbureaus;
- (ketens van) bedrijven in elektrodetailhandel en inkooporganisaties;
- consumentenorganisaties.
- a. het door de aanvrager op te stellen eigen implementatietraject;
- b. de mate waarin de aanvrager meewerkt aan het waarborgen van de kwaliteit van de projecten;
- c. de mate waarin het project bijdraagt aan verdere verspreiding van de techniek.
- samenwerkingsverbanden van leveranciers;
- adviesbureaus;
- projectontwikkelaars;
- woningbouwcorporaties;
- bouwbedrijven;
- institutionele beleggers.
- 1. voor onderdeel A. f 3.000.000,00, als volgt verdeeld over de subonderdelen:
- A1: f 1.050.000,00;
- A2: f 300.000,00;
- A3: f 1.650.000,00;
- 2. voor onderdeel B. f 1.500.000,00;
- 3. voor onderdeel C. f 3.600.000,00.