Bijlage II Regeling grenswaarden afvalwater VCM-bedrijven: behorende bij artikel 3, eerste lid, van de Regeling Grenswaarden afvalwater VCM-bedrijven

Regeling grenswaarden afvalwater VCM-bedrijven

1. Het bemonsteren, meten en analyseren geschiedt door het VCM-bedrijf. 2. Monsters worden op een zodanige wijze genomen dat deze representatief zijn voor de lozing gedurende een periode van een etmaal. 3. Het bemonsteren en meten van gechloreerde koolwaterstoffen, adsorbeerbare organische halogeenverbindingen of extraheerbare organische halogeenverbindingen wordt uitgevoerd via steekproefmonsters over een periode van een etmaal. 4. De controlefrequentie wordt bepaald door het bevoegd gezag. Hierbij wordt rekening gehouden met de resultaten van de bemonstering, meting en analyse. 5. Dioxines worden één keer per jaar gemeten en bemonsterd, tenzij naar het oordeel van het bevoegd gezag met de gebruikte methode van monsterneming geen representatief monster kan worden genomen. 6. De monsters worden indien de voorgeschreven analysemethode dit toelaat, gehomogeniseerd in behandeling genomen zonder dat daaruit bezinkbare of opdrijvende bestanddelen zijn verwijderd. 7. Ten aanzien van het monsternamepunt wordt aan de in bijlage I gestelde eisen voldaan.