Bijlage II Regeling grenswaarden luchtemissies VCM-inrichtingen milieubeheer: behorende bij artikel 3 van de Regeling grenswaarden luchtemissies VCM-inrichtingen milieubeheer

Regeling grenswaarden luchtemissies VCM-inrichtingen milieubeheer

Degene die de inrichting drijft, draagt er zorg voor dat de monsters op een zodanige wijze worden genomen dat deze representatief zijn voor de emissies gedurende de periode van één uur. De analysefrequentie wordt bepaald door het bevoegd gezag. Hierbij wordt rekening gehouden met de resultaten van de meting, bemonstering en analyse. Dioxines worden één keer per jaar gemeten, tenzij naar het oordeel van het bevoegd gezag met de gebruikte methode van monsterneming geen representatief monster kan worden genomen. De door degene die de inrichting drijft te gebruiken methode van analyse is: In afwijking van het onder 4 gestelde mag degene die de inrichting drijft, een methode met een gelijke of hogere nauwkeurigheid gebruiken. Degene die de inrichting drijft, draagt er zorg voor dat diffuse emissie gekwantificeerd wordt door middel van de tracergasmethode of een gelijkwaardige methode. Bij Stcrt. 2000, 136 is in artikel 4 een bepaling betreffende de toepassing gepubliceerd.