Art. 99 Wp, Dwang- en strafbepalingen
1. Onze Minister kan een vergunning als bedoeld in artikel 76, eerste lid, volgens bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen regels, wijzigen, schorsen of intrekken:
a. indien is gehandeld in strijd met het bij of krachtens deze wet bepaalde;
b. indien niet langer wordt voldaan aan een van de in artikel 76, vierde lid, bedoelde eisen, tenzij een vrijstelling of ontheffing als bedoeld in het vijfde lid voor zover het de eis van vakbekwaamheid betreft, is verleend;
c. in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.
2. Voordat toepassing wordt gegeven aan het eerste lid, kan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, om een advies als bedoeld in artikel 9 van die wet worden gevraagd.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- CBb 20 februari 2014, ECLI:NL:CBB:2014:61
- CBb 8 april 2008, ECLI:NL:CBB:2008:BF1166
- CBb 12 juli 2016, ECLI:NL:CBB:2016:208
- CBb 31 december 2015, ECLI:NL:CBB:2015:448
- CBb 10 juni 2008, ECLI:NL:CBB:2008:BF1752
- CBb 8 april 2008, ECLI:NL:CBB:2008:BF1168
- CBb 8 april 2008, ECLI:NL:CBB:2008:BF1165
- CBb 11 december 2007, ECLI:NL:CBB:2007:BC2470
- CBb 27 augustus 2007, ECLI:NL:CBB:2007:BB6662
- CBb 14 juli 2004, ECLI:NL:CBB:2004:AQ6333
- CBb 1 augustus 2003, ECLI:NL:CBB:2003:AI1149