Bijlage 1 Uitvoeringsregeling BSE 2000-IA
Uitvoeringsregeling BSE 2000-IA
Op 28 maart jl. is de Uitvoeringsregeling BSE 2000-I (Stcrt. 62) gepubliceerd, waarbij het programma Energiebesparing in industriële en agrarische bedrijven en algemene energieconversie 2000 is vastgesteld. In deze aanvullende regeling wordt een onderdeel aan dit programma toegevoegd. Het doel van het programma energiebesparing in industriële en agrarische bedrijven en algemene energieconversie 2000 is het bevorderen van de ontwikkeling en toepassing van energiebesparende methoden en technieken en van duurzame energie in industriële en agrarische bedrijven, en de verbetering van het energievoorzieningsysteem. De mate waarin een project bijdraagt aan de realisering van de doelstelling van het programma, wordt bepaald door de volgende aspecten: ad a. Indien de slaagkans van een project te gering wordt geacht, zal het verlenen van subsidie niet aan de orde zijn. Voor het vaststellen van de slaagkans van een project wordt, naast een inschatting van de technische en financieel/economische haalbaarheid, tevens rekening gehouden met factoren van organisatorische, juridische en bestuurlijke aard, alsmede met de financiële draagkracht van de aanvrager. ad b. Onder het nieuwheidcriterium wordt in dit programma verstaan: Er dient sprake te zijn van voor Nederland in meer of mindere mate grensverleggende toepassingen. ad d. Bij de bepaling van de milieuverdienste wordt rekening gehouden met: ad e. De projectkosten worden getoetst aan de mogelijke energieverdienste. Hiertoe worden de projectkosten onder andere beoordeeld in termen van kosten per hoeveelheid bespaarde primaire energiedragers (gulden/GJ). ad g. Naast de bereidheid van de aanvrager tot het schrijven van een artikel, het organiseren van een workshop of het openstellen van technologie voor derden, wordt hierbij met name aandacht besteed aan de participatie van relevante partijen in het project. ad h. Een project wordt mede beoordeeld op basis van inzicht in de markttoepassing of het herhalingspotentieel van het speci
- a. de slaagkans van het project;
- b. de nieuwheid van het project;
- c. de potentiële energieverdienste van het project;
- d. de milieuverdienste van het project;
- e. de projectkosten in relatie tot de potentiële bijdrage van het project aan de doelstelling van het programma;
- f. de relevantie voor andere doelstellingen van overheidsbeleid;
- g. de mate waarin relevante kennisoverdracht plaatsvindt;
- h. de toepassingsmogelijkheden van het projectresultaat in de markt;
- i. de mate waarin het project aansluit bij een aanwezig innovatietraject van de aanvrager of van anderen;
- j. de mate waarin wordt samengewerkt met andere (markt)partijen, bijvoorbeeld in technologieclusters of in marktclusters;
- k. indien van toepassing, de mate waarin wordt bijgedragen aan de realisatie van de doelstelling van een Meerjaren Afspraak (MJA).
- het toepassen van nieuwe technologieën;
- het geven van nieuwe toepassingen aan bestaande technologieën.
- de mate waarin CO2-emissies worden vermeden;
- de mate waarin emissies van andere milieubelastende stoffen worden gereduceerd;
- de mate waarin wordt vermeden dat verschuivingen van milieueffecten van het ene milieucompartiment naar het andere optreden.
- verlaging van het totale energieverbruik van een fabriek respectievelijk fabrieksinstallatie;
- vernieuwing en verbetering van processen;
- vernieuwing en verbetering van utilities;
- het opstellen van meerjarenplannen en monitoringsystematieken voor een bedrijfstak;
- het verbeteren van de procesefficiency in bedrijven, door onder andere het opstellen van energiebesparingsplannen, het invoeren van integrale energiezorg, procesintegratie, procesregelingen, het verbeteren van de interne logistiek en reductie van het niet-energetisch gebruik van energiedragers;
- het verbeteren van de product efficiency door onder andere dematerialisatie, het gebruik van hernieuwbare grondstoffen, nieuwe producttechnologie en productontwikkeling;
- het stimuleren van industriële samenwerking op het gebied van onder andere transportoptimalisatie, hergebruik van materialen en ketensamenwerking;
- bestudering van de mogelijkheden van en toepassing van duurzame energie in de industrie;
- het verbeteren van kennisoverdracht binnen de branch, bijvoorbeeld door middel van communicatieplannen, workshops en opleidingen.
- A1. Energiebesparing in energie-intensieve industriële bedrijven;
- A2. Energiebesparing in middelgrote energie gebruikende industriële bedrijven;
- A3. Energiebesparing in energie-extensieve industriële bedrijven.
- ijzergieterijen;
- de oppervlaktebehandelende industrie;
- de industriële loonkoel- en vriesbedrijven;
- de tapijtfabrikanten;
- de kunststofverwerkende industrie;
- de rubberverwerkende industrie;
- de textielindustrie;
- de frisdrankenindustrie;
- de groente- en fruitverwerkende industrie;
- de asfaltindustrie;
- de grafische industrie;
- de metalektro industrie.
- individuele bedrijven;
- vertegenwoordigers van industriesectoren en groepen bedrijven, waaronder brancheorganisaties en branchetechnologiecentra.
- A1: f 6.550.000,00;
- A2: f 5.425.000,00;
- A3: f 4.663.000,00 .