Bijlage 1 Uitvoeringsregeling BSE 2000-III
Uitvoeringsregeling BSE 2000-III
Het doel van het programma Duurzame energie is het bevorderen van de ontwikkeling en toepassing van duurzame energie. Onder duurzame energie wordt verstaan: (combinaties van) windenergie, fotovoltaïsche zonne-energie, thermische zonne-energie, aardwarmte, energieopslag, omgevingswarmte, waterkracht en afval en biomassa, zoals bedoeld in de voortgangsrapportage 1999 Duurzame energie in uitvoering. Het programma omvat de volgende onderdelen: De mate waarin een project bijdraagt aan de realisering van de doelstelling van het programma, wordt bepaald door algemene aspecten en door onderdeelspecifieke aspecten. De algemene aspecten zijn: De onderdeelspecifieke aspecten worden voor zover van toepassing hierna per onderdeel aangegeven. ad a. Indien de slaagkans van een project te gering wordt geacht, zal het verlenen van subsidie niet aan de orde zijn. Voor het vaststellen van de slaagkans van een project wordt, naast een inschatting van de technische en financieel/economische haalbaarheid, tevens rekening gehouden met factoren van organisatorische, juridische en bestuurlijke aard, alsmede met de financiële draagkracht van de aanvrager. ad b. Onder het nieuwheidscriterium wordt in dit programma verstaan: Er dient sprake te zijn van voor Nederland in meer of mindere mate grensverleggende toepassingen. ad d. Bij de bepaling van de milieuverdienste wordt rekening gehouden met: ad h. Een project wordt mede beoordeeld op basis van inzicht in de markttoepassing of het herhalingspotentieel van het specifieke project of product. ad i. Van belang is dat projecten zoveel mogelijk aansluiten op reeds eerder door de aanvrager of door anderen gegenereerde kennis en dat voor wat betreft haalbaarheids- en onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten doublures worden vermeden. Het doel van het onderdeel fotovoltaïsche zonne-energie is het realiseren van voorwaarden en het wegnemen van knelpunten voor de grootschalige inpassing van zonnecellen in de Nederlandse energievoorziening in de 21ste eeuw
- A. Ontwikkeling en toepassing van fotovoltaïsche zonne-energie (NOZ-pv)
- B. Ontwikkeling en toepassing van thermische zonne-energie (TZE)
- C. Ontwikkeling en toepassing van de inzet van biomassa en afval als energiebron (EWAB)
- D. Ontwikkeling en toepassing van windenergie (TWIN-2)
- E. Toepassing van thermische energieopslag in aquifers.
- a. de slaagkans van het project;
- b. de nieuwheid van het project;
- c. de potentiële energieverdienste van het project;
- d. de milieuverdienste van het project;
- e. de projectkosten in relatie tot de potentiële bijdrage van het project aan de doelstelling van het programma;
- f. de relevantie voor andere doelstellingen van overheidsbeleid;
- g. de mate waarin relevante kennisoverdracht plaatsvindt;
- h. de toepassingsmogelijkheden van het projectresultaat in de markt;
- i. de mate waarin het project aansluit bij een aanwezig innovatietraject van de aanvrager of van anderen;
- j. de mate waarin samengewerkt wordt met andere (markt)partijen, bijvoorbeeld in technologieclusters of in marktclusters;
- k. voor zover van toepassing de mate waarin voor gemeenten en provincies invulling wordt gegeven aan de (voorbereiding van) afspraken over duurzame energie;
- l. de aansluiting op internationale ontwikkelingen;
- m. het perspectief op de economische haalbaarheid van de toepassing van een technologie op de korte of langere termijn.
- het toepassen van nieuwe technologieën;
- het geven van nieuwe toepassingen aan bestaande technologieën.
- de mate waarin CO2-emissies worden vermeden;
- de mate waarin emissies van andere milieubelastende stoffen worden gereduceerd;
- de mate waarin wordt vermeden dat verschuivingen van milieueffecten van het ene milieucompartiment naar het andere optreden.
- industrieel te produceren zonnecellen gericht op rendementsverbetering en kostprijsreductie;
- nieuwe en goedkope pv panelen ten behoeve van marktintroductie op korte termijn;
- zonnecellen op basis van concepten gericht op lage kosten op middellange en lange termijn; hieronder valt onderzoek aan zonnecellen op basis van dunne-film technologieën zoals amorf silicium, polykristallijn filmsilicium en organische zonnecellen;
- nieuwe concepten van (combinaties van) zonnecellen die op lange termijn kunnen leiden tot prijsdoorbraken van zonnestroom;
- pv bouwelementen ten behoeve van een betere inpasbaarheid en lagere kostprijs van pv panelen op schuine en platte daken en in gevels;
- bevestigingsconcepten gebaseerd op bestaande bouwproducten;
- omvormers ten behoeve van toepassingen in netgekoppelde pv systemen;
- productontwikkeling en productbeoordeling en certificatie ten behoeve van netgekoppelde pv systemen op woningen in Nederland.
- in stedenbouwkundige plannen met een hoog energieambitieniveau;
- bij renovatie, onderhoud of in de bestaande bouw;
- met innovaties die bijdragen aan kostprijsreductie en/of kwaliteitsborging;
- als onderdeel van een evenwichtig pakket maatregelen duurzaam bouwen;
- als onderdeel van een energieconcept dat leidt tot een energieneutrale woning.
- met innovaties voor platte of lichthellende daken, die bijdragen aan kostprijsreductie;
- met architectonische of klimaattechnische kwaliteiten ten behoeve van gevels of atria.
- de projecten moeten een minimale omvang hebben van 10 kWp;
- het project dient binnen twee jaar na de eventuele subsidieverlening gerealiseerd te zijn;
- de systemen dienen niet eerder gebruikt te zijn en er mogen door de aanvrager ten tijde van het indienen van de aanvraag nog geen verplichtingen met betrekking tot die systemen zijn aangegaan;
- het project dient te voldoen aan de normen en eisen zoals die gesteld zijn bij of krachtens het Bouwbesluit en tevens te voldoen aan aansluiteisen van het energiebedrijf;
- de toegepaste panelen dienen te voldoen aan IEC 61215 of IEC 61646 of daaraan gelijkwaardige normen, tenzij de afwijking van deze normen dusdanig gering is dat deze afwijking de beoogde toepassing en een eventuele subsidieverlening niet in de weg behoeft te staan;
- de slaagkans van het project dient voldoende te zijn; het gaat hierbij onder meer om de haalbaarheid van de voorgestelde financiering en de haalbaarheid van de omvang van het project;
- producten en concepten dienen ten aanzien van de voor Nederland gebruikelijke omstandigheden en bouwcondities voldoende beproefd te zijn.
- kennisoverdracht-, demonstratie-, en marktintroductieprojecten ten behoeve van de ontwikkeling van kansrijke marktsegmenten voor pv toepassingen zoals voor openbare verlichting, elektrisch varen, waterbeheer, koelen en communicatie;
- haalbaarheidsstudies, productontwikkeling en praktijkexperimenten van kansrijke pv toepassingen.
- instellingen voor onderzoek en universiteiten;
- industriële bedrijven, betrokken bij ontwikkeling en productie van zonnecellen, fotovoltaïsche systemen en componenten daarvan;
- bedrijven en instellingen betrokken bij de toepassing van pv systemen;
- energiedistributiebedrijven, gemeenten en bouwsector.
- de gehanteerde financieringsstructuur;
- de inpassing van grote PV systemen in distributienetten en infrastructuur;
- de organisatiestructuren voor realisatie, eigendom, beheer en onderhoud; of
- de wijze waarop afspraken worden gemaakt tussen opwekkers en afnemers van met behulp van zonne-energie opgewekte elektriciteit.
- haalbaarheidsprojecten en onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten die een onderdeel vormen van de bovengenoemde ondernemingsplannen en gericht zijn op de verbetering van de prijs-prestatieverhouding van zonneboilers of de verbreding van de toepasbaarheid van zonneboilers;
- kennisoverdrachtprojecten die gericht zijn op het vergroten van de bekendheid met de zonneboiler of het vergroten van de markt van zonneboilers; projecten gebaseerd op een gezamenlijke aanpak door marktpartijen hebben de voorkeur;
- haalbaarheidsprojecten, onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten en kennisoverdrachtprojecten betrekking hebbend op de ontwikkeling van de ‘toegevoegde waarde’ van de zonneboiler; het gaat hierbij om diensten die de aanschaf, het gebruik, het onderhoud en het remplacement van zonneboilers aantrekkelijker maken of de ontwikkeling van distributiekanalen voor zonneboilers; projecten gericht op de opzet van landelijke serviceorganisaties hebben de voorkeur;
- onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten gericht op de ontwikkeling van een werkings- en/of temperatuursindicator voor zonneboilers; deze projecten dienen gericht te zijn op de wensen van gebruikers;
- haalbaarheidsprojecten, kennisoverdrachtprojecten en onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten gericht op de ontwikkeling en validering van (internationale) normen voor het testen en certificeren van zonneboilers;
- haalbaarheidsprojecten en kennisoverdrachtprojecten ter voorbereiding en realisatie van grootschalige inpassing van zonneboilers in de nieuwbouw en/ of bestaande bouw, waarbij minimaal 1000 woningen van een zonneboiler worden voorzien en waarin de knelpunten bij de projectuitvoering een punt van onderzoek zijn; verhuur- en leaseprojecten en hoogbouwtoepassingen hebben de voorkeur;
- kennisoverdrachtprojecten van gemeente(n) gericht op nieuwbouwwoningen gebouwd op losse kavels (in de vrije sector) waarbij minimaal 25 woningen van een zonneboiler worden voorzien.
- haalbaarheidsprojecten, onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten en kennisoverdrachtprojecten gericht op het ontwikkelen van de markt voor grote warmtapwatersystemen of gericht op nieuwe toepassingen van actieve thermische zonne-energie, zoals toepassingen in de sport- en recreatie- en zorgsector, toepassing voor het drogen van producten, en toepassingen bij zelfstandige ondernemers in het midden- en kleinbedrijf;
- haalbaarheidsprojecten en onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten, demonstratieprojecten en praktijkexperimenten die zich richten op innovatieve toepassingen die op langere termijn een belangrijke bijdrage leveren aan de toepassing van thermische zonne-energie, met name door de toepassing van seizoensopslag;
- haalbaarheidsprojecten en onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten gericht op de ontwikkeling en validering van (internationale) normen voor het testen en certificeren van grote thermische zonne-energie systemen voor het verwarmen van tapwater en thermische zonne-energie systemen voor ruimteverwarming of gericht op lange termijn onderzoek aan materialen, systemen en componenten die tot een verbetering kunnen leiden van actieve thermische zonne-energietoepassingen; hierbij zal de voorkeur gegeven worden aan onderzoek dat past binnen het R&D- beleidsplan, dat door Novem in overleg met onder meer deelnemers aan het convenant zonneboilers is opgesteld.
- zongerichte stedenbouwkundige concepten;
- woningconcepten waarbij de bijdrage van passieve zonne-energie aan ruimteverwarming hoog is bij een uitstekend bewonerscomfort;
- gebouwontwerpen waarbij optimaal gebruik wordt gemaakt van daglichtinval;
- het toepassen van gevelsystemen of- elementen waardoor een optimalisatie plaatsvindt tussen daglicht toetreding, het voorkomen van oververhitting en het benutten van zonnewarmte.
- haalbaarheidsprojecten, onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten, demonstratieprojecten en kennisoverdrachtprojecten gericht op het bevorderen van het gebruik van daglicht of het bevorderen van passieve koeling van gebouwen;
- haalbaarheidsprojecten, onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten en kennisoverdrachtprojecten gericht op de stimulering van passieve benutting van zonnewarmte.
- de teelt van gewassen t.b.v. de inzet voor energiedoeleinden, met name in combinatie met andere product toepassingen of landgebruikfuncties;
- de benutting van bosbouwresiduen en plantsoenafval voor energieopwekking;
- de import van biomassa t.b.v. de inzet voor energiedoeleinden, met uitzondering van de inzet in afvalverbrandingsinstallaties;
- de inventarisatie van de aard en hoeveelheden van de voor energiewinning beschikbare afvalstoffen en biomassa;
- bewerking van afval en/of biomassa tot een (hoogwaardige) brandstof;
- de bewerkingen van biomassa om te komen tot een biomassa brandstof, dusdanig dat optimaal de mogelijke toepassingen in de cascade worden gevolgd;
- aandacht voor het ARBO (of gezondheids-) aspect bij het omgaan met biomassa(brandstoffen);
- het bij elkaar brengen van vraag naar en aanbod van biomassa(brandstoffen), mede in relatie tot andere dan energetische toepassingen;
- optimalisatie van de logistiek, met name waar het schone biomassa (geen afval) betreft.
- de schone en efficiënte verbranding van biomassa voor, in het bijzonder, de gecombineerde opwekking van elektriciteit en warmte;
- de verbetering van de energiebenutting bij afvalverbrandingsinstallaties (AVI’s);
- de thermische conversie van brandbaar bedrijfsafval dat niet in aanmerking komt voor verwerking in een AVI;
- de winning en benutting van stortgas, voor zover het project bijdraagt aan de stortgaswinning op langere termijn;
- de vergisting van (natte) afvalstromen en mest, bij voorkeur gecombineerd;
- de thermische vergassing en pyrolyse van biomassa; daarin zijn ook begrepen de daarmee samenhangende voorbewerking van de brandstof en de toepassing van stookgas in gasturbines of gasmotoren;
- het meeverbranden of -vergassen van biomassa en afval met fossiele brandstoffen in elektriciteitscentrales of bij andere toepassingen;
- de reductie van emissies die met de conversie van biomassa gepaard gaan.
- projecten gericht op het vergroten van het maatschappelijk draagvlak voor de introductie van energiewinning uit biomassa;
- projecten gericht op de communicatie met omwonenden van installaties waarin energie uit afval en/of biomassa gewonnen wordt;
- projecten gericht op kennisoverdracht over energiewinning uit afval en/of biomassa naar relevante doelgroepen;
- internationale kennisuitwisselingsprojecten; het kan gaan om in Nederland uit te voeren projecten gericht op het naar Nederland halen van relevante buitenlandse kennis of gericht op de toepassing van Nederlandse technologie en kennis in het buitenland.
- het ontwikkelen en toepassen van kennis voor het verbeteren van de prijs-prestatieverhouding van bestaande en nieuwe windturbines;
- het oplossen van technologische knelpunten in de toepassing van windenergie op land.
- haalbaarheidsprojecten gericht op de toepassing van aquifer opslagsystemen in de sectoren industrie, utiliteitsbouw en agrarische sector; de subsidie per haalbaarheidsproject zal maximaal 30% van de projectkosten en maximaal f 10.000,00 bedragen; indien sprake is van een haalbaarheidsproject, gericht op de realisatie van kantoren met een gecombineerde toepassing van de volgende technieken: warmte- en koudeopslag in een aquifer, warmtepomp, lage temperatuur verwarming en hoge temperatuur koeling, resulterend in een EPC kleiner of gelijk aan 1,4, dan bedraagt de subsidie maximaal 50% van de projectkosten met een maximum van f 30.000,00; de haalbaarheidsprojecten kunnen betrekking hebben op studies naar de rentabiliteit van koudeopslag, lage temperatuur warmteopslag en hoge temperatuur warmteopslag; het opslagsysteem bestaat uit ten minste één onttrekkingsbron en ten minste één injectiebron, die grondwater, als opslagmedium, oppompen en weer injecteren;
- onderzoeksprojecten gericht op de evaluatie van de ervaringen bij reeds gerealiseerde energieopslag projecten en gericht op technische aspecten van midden en hoge temperatuur warmteopslag; de projecten dienen bij te dragen aan de verdere ontwikkeling van aquifer opslagsystemen en aan de verlaging van de kostprijs van opslagsystemen;
- praktijkexperimenten en demonstratieprojecten, gericht op doelmatige aanpassing bij reeds gerealiseerde projecten; deze projecten dienen gericht te zijn op het oplossen en evalueren van problemen bij gerealiseerde projecten die, gezien de stand van de techniek op het tijdstip van realisatie, redelijkerwijs niet voorzien en derhalve redelijkerwijs niet voorkomen konden worden.
- demonstratieprojecten m.b.t. proceskoeling in de industrie en klimatisering in de utiliteitsbouw, met een thermisch koelvermogen van maximaal 500 kW, waarbij de ‘hardware’ door de leverancier turn key wordt aangeboden en waarbij bij voorkeur ook de engineering, de vergunningaanvraag en een garantieregeling in de turn key aanbieding begrepen zijn;
- demonstratieprojecten in de agrarische sector, met een thermisch koelvermogen van 250 tot 500 kW, waarbij sprake is van een ‘turn key’ aanbieding door de leverancier van hardware, engineering, vergunningaanvraag, garantieregeling en bijvoorkeur een onderhoudscontract.
- 1. het in praktijk beproeven van warmtepompsystemen voor ruimteverwarming, al dan niet in combinatie met warm tapwater en /of topkoeling, in de meest kansrijk geachte marktsegmenten; de omvang van de projecten bedraagt minimaal 4 en maximaal 10 woningen; bij deze projecten moet de technische haalbaarheid door de aanvrager voldoende zijn aangetoond door middel van een gemotiveerde systeemkeuze en een gedetailleerde systeembeschrijving; de rol en de verantwoordelijkheden van de bij het project betrokken partijen moeten worden aangegeven; daarnaast dient inzicht te worden gegeven in de exploitatiewijze van het project; bij de uitvoering van het project dient een deskundig adviseur betrokken te zijn; voorts dient de feitelijke prestatie van het warmtepompsysteem gemeten te worden conform de Standaard Opzet Monitoring Warmtepompen (SOM-WP); de maximale subsidie per project en per aanvrager bedraagt f 150.000,00;
- 2. het in praktijk beproeven van warmtepompsystemen voor warm tapwater in de meest kansrijk geachte marktsegmenten; de minimale omvang van de projecten bedraagt 10 woningen; bij deze projecten moet de technische haalbaarheid door de aanvrager voldoende zijn aangetoond door middel van een gemotiveerde systeemkeuze en een gedetailleerde systeembeschrijving; de rol en verantwoordelijkheden van de bij het project betrokken partijen moeten worden aangegeven; daarnaast dient inzicht te worden gegeven in de exploitatiewijze van het project; bij de uitvoering van het project dient een deskundig adviseur betrokken te zijn; voorts dient de feitelijke prestatie van het warmtepompsysteem gemeten te worden; de maximale subsidie per project en per aanvrager bedraagt f 100.000,00;
- 3. het als onderzoeks- of ontwikkelingsproject oplossen en evalueren van problemen bij reeds gerealiseerde praktijkexperimenten en demonstratieprojecten die, gezien de stand van de techniek op het tijdstip van realisatie, redelijkerwijs niet voorzien en derhalve niet voorkomen konden worden; de maximale subsidie per project bedraagt f 200.000,00;
- 4. het ondersteunen van leveranciers en fabrikanten bij productontwikkeling en optimalisatie van warmtepompsystemen en/of componenten daarvan voor de meest kansrijk geachte product marktcombinaties;
- 5. het ontwikkelen van kwaliteitssystemen gericht op het verbeteren van de kwaliteit van het product en/of het installatieproces bij toepassing van warmtepompsystemen;
- 6. het overdragen van kennis gericht op scholing of op de verhoging van de kwaliteit van uit te voeren projecten. Als meest kansrijk geachte marktsegmenten zoals hierboven bedoeld worden aangemerkt warmtepompsystemen voor toepassing in: Als meest kansrijk geachte marktsegmenten voor de levering van warm tapwater worden aangemerkt:
- individuele nieuwbouw woningen in het duurdere segment (vrijstaand en twee-onder-een kap);
- rijtjes nieuwbouwwoningen in de koopsector;
- bestaande koopwoningen waar ingrijpende verbouwing plaatsvindt;
- bestaande woningen waar C.V. ketels vervangen worden.
- vervanging van elektrische boiler door warmtepompboilers in bestaande woningen;
- vervanging van geisers door warmtepompboilers in bestaande woningen;
- toepassing van collectieve warmtepompboiler in bestaande woningen.
- individuele nieuwbouw woningen in het duurdere segment (vrijstaand en twee-onder-een kap);
- rijtjes nieuwbouwwoningen in de koopsector.
- kantoorgebouwen met koelvraag en een bruto vloeroppervlak kleiner dan 10.000 m2;
- verzorgings- en verpleeghuizen;
- ziekenhuizen;
- logiesgebouwen;
- zwembaden.
- het project heeft een omvang van ten minste 1.000 m2 bruto vloeroppervlak. Indien het project een kantoorgebouw met koelvraag betreft dient het bruto vloeroppervlak van dit project kleiner te zijn dan 10.000 m2;
- een afgeronde haalbaarheidsstudie is beschikbaar; hieruit blijkt de terugverdientijd van het project en zijn de investerings- en de onderhoudskosten van het warmtepompsysteem onderbouwd;
- offertes van leveranciers zijn beschikbaar;
- twee EPC berekeningen zijn beschikbaar, respectievelijk met en zonder warmtepompsysteem;
- de geplande oplevering van het project is uiterlijk 1 juli 2002.
- de mate waarin het project economisch rendabel is, waarbij de meerkosten van het lage temperatuur afgiftesysteem niet tot de projectkosten worden gerekend;
- de mate waarin afspraken met energie (diensten)bedrijven zijn gemaakt die een oplossing bieden voor eventuele financiële knelpunten bij de exploitatie van het systeem;
- de mate waarin sprake is van een prestatiegarantie op de energiebesparing in termen van jaargemiddelde COP (Coefficient of Performance) en de jaarlijkse warmtedekkingsgraad;
- de mate waarin het systeemontwerp gestandaardiseerd is met het oog op vergroting van de toepassingsmogelijkheden in de markt;
- de mate waarin de installatiewijze van het systeem gestandaardiseerd is met het oog vergroting van de toepassingsmogelijkheden in de markt;
- de mate waarin het systeem aanvullende functies vervult naast ruimteverwarming, zoals actieve en passieve ruimtekoeling, ruimte-ontvochtiging en warm tapwatervoorziening.
- inzicht in de haalbaarheid van de praktische toepassing van warmtepompsystemen of van onderdelen daarvan voor individuele glastuinbouwbedrijven of voor een cluster van glastuinbouwbedrijven; bij deze projecten dient door middel van een gemotiveerde systeemkeuze en een gedetailleerde systeembeschrijving ingegaan te worden op de technische en economische haalbaarheid; de rol en verantwoordelijkheden van de bij het project betrokken partijen moeten worden aangegeven; daarnaast dient inzicht te worden gegeven in de exploitatiewijze van het project;
- het in de praktijk beproeven of demonstreren van warmtepompsystemen of van onderdelen daarvan voor individuele glastuinbouwbedrijven of voor een cluster van glastuinbouwbedrijven; voorwaarde voor subsidie is het beschikbaar zijn van een gedegen haalbaarheidsonderzoek conform voornoemde punten;
- het in de praktijk onderzoeken en beproeven van de mogelijkheden van de `gesloten' kas of van onderdelen daarvan, in combinatie met een warmtepompsysteem;
- onderzoek en ontwikkeling gericht op het optimaliseren van belangrijke onderdelen van warmtepompsystemen, waaronder warmtepompen met een hogere afgifte temperatuur, warmte afgiftesystemen, ontvochtigingsystemen, regelsystemen en bronnen;
- ontwikkeling van methodieken of modellen waarmee de haalbaarheid, de engineering en installatiewijze van warmtepompsystemen kan worden geoptimaliseerd en vereenvoudigd.
- intensieve groenteteelt met een behoefte aan warmte, CO2 en koude voor nieuwbouw van installaties;
- gekoelde teelten met een behoefte aan warmte en koude;
- teelten van potplanten en boomstekken met een behoefte aan warmte, CO2 en koude voor renovatie van installaties;
- combinaties van verschillende teelten in nieuw te ontwikkelen tuinbouwgebieden.
- 1. voor onderdeel A: f 51.900.000,00, als volgt verdeeld over de subonderdelen:
- A1: f 11.000.000,00;
- A2 en A5 gezamenlijk: f 29.000.000,00;
- A3: f 10.000.000,00;
- A4: f 1.900.000,00;
- 2. voor onderdeel B: f 3.600.000,00, met dien verstande dat voor subonderdeel B2.a maximaal f 400.000,00, voor subonderdeel B2.b maximaal f 400.000,00 en voor subonderdeel B5 maximaal f 400.000,00 beschikbaar is;
- 3. voor onderdeel C: f 18.000.000,00, met dien verstande dat voor de subonderdelen C1, C2 en C4 tezamen maximaal f 5.000.000,00 beschikbaar is;
- 4. voor onderdeel D: f 8.400.000,00, als volgt verdeeld over de subonderdelen:
- D1: f 1.400.000,00;
- D2: f 1.000.000,00;
- D3: f 6.000.000,00.
- 5. voor onderdeel E: f 3.430.000,00, als volgt verdeeld over de subonderdelen:
- E1: f 1.455.000,00;
- E2: f 575.000,00;
- E3: f 1.400.000,00;
- 6. voor onderdeel F: f 23.500.000,00, als volgt verdeeld over de subonderdelen:
- F1: f 3.600.000,00;
- F2: f 12.300.000,00;
- F3: f 3.400.000,00;
- F4: f 1.200.000,00;
- F5: f 3.000.000,00.