Art. 5 Bim
Besluit inrichtingen voor motorvoertuigen milieubeheer (Bim)
1. Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen met betrekking tot:
a. de in de bijlage opgenomen voorschriften ten aanzien van geluid, trilling, energie, afvalstoffen, afvalwater, waterbesparing, lucht, verlichting en bodembescherming voorzover dat in hoofdstuk 4 van die bijlage is aangegeven, of
b. de aanwezigheid van brandbestrijdingsmiddelen, de veiligheid van toestellen en installaties voor gas of elektriciteit, de veiligheid van de opslag van stoffen, het verbruik van grondstoffen, de gevolgen van het verkeer van personen of goederen van en naar de inrichting, en de nadelige gevolgen voor het milieu die de inrichting kan veroorzaken, waarop voorschrift 1.9.1 van de bijlage betrekking heeft, indien dat bijzonder is aangewezen in het belang van de bescherming van het milieu.
2. De nadere eisen gelden voor een ieder die de inrichting drijft. Deze draagt er zorg voor dat de nadere eisen worden nageleefd.
3. Het bevoegd gezag kan nadere eisen wijzigen of aanvullen in het belang van de bescherming van het milieu, of wijzigen of intrekken indien het belang van de bescherming van het milieu zich daartegen niet verzet.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 31 oktober 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BB7285
- ABRvS 9 mei 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BA4710
- ABRvS 31 mei 2006, ECLI:NL:RVS:2006:AX6340
- ABRvS 10 mei 2006, ECLI:NL:RVS:2006:AX0757
- ABRvS 10 augustus 2005, ECLI:NL:RVS:2005:AU0748
- ABRvS 27 februari 2004, ECLI:NL:RVS:2004:AO4744
- ABRvS 4 februari 2004, ECLI:NL:RVS:2004:AO2868
- ABRvS 13 augustus 2003, ECLI:NL:RVS:2003:AI1023
- ABRvS 25 juni 2003, ECLI:NL:RVS:2003:AH8639