Bijlage I Verordening handelsnormen slachtpluimvee P.P.E.: bepaling van het dripverlies (dripmethode) hanen, hennen, soep- en/of stoofkippen

Verordening handelsnormen slachtpluimvee P.P.E.

Deze methode wordt gebruikt voor de bepaling van de hoeveelheid water die bevroren of diepgevroren hanen, hennen, soep- en/of stoofkippen bij ontdooiing verliezen. Als het dripverlies, uitgedrukt in gewichtspercentage van het geslachte dier, met inbegrip van alle in de verpakking bijgevoegde eetbare slachtafvallen, groter is dan de in punt 7 vastgestelde maximumwaarde, wordt aangenomen dat tijdens de bewerking te veel water is opgenomen. Deze methode kan niet worden toegepast bij pluimvee dat is behandeld met polyfosfaten of andere stoffen waardoor het waterbindend vermogen wordt verhoogd. Pluimvee dat met dergelijke stoffen is behandeld, wordt onderworpen aan de in bijlage VI van de Verordening E.E.G. nr. 1538/91 van de Commissie beschreven analysemethode. De met behulp van deze methode vastgestelde waterhoeveelheid wordt uitgedrukt in gewichtspercentage dripwater, berekend op het totale gewicht van het bevroren of diepgevroren geslachte dier, eetbare slachtafvallen inbegrepen. Het bevroren of diepgevroren geslachte dier, eventueel aanwezige eetbare slachtafvallen inbegrepen, wordt onder zodanige omstandigheden ontdooid dat het dripverlies kan worden berekend. Weegschaal met een weegcapaciteit tot 5 kg die ten minste tot op 1 gram nauwkeurig is. Plastic zakken die groot genoeg zijn om het geslachte dier te bevatten, met een deugdelijk hechtingssysteem. Een thermostatisch geregeld bassin met de nodige voorzieningen om de geslachte dieren te behandelen als beschreven in de punten 5.5 en 5.6. Het bassin dient een hoeveelheid water te bevatten die gelijk is aan ten minste achtmaal het volume van het te controleren pluimvee en het water moet op een temperatuur van 42 ± 2 °C kunnen worden gehouden. Filtreerpapier of andere absorberende papieren handdoeken. 20 geslachte dieren worden willekeurig uit de hoeveelheid te controleren pluimvee genomen. Totdat de dieren kunnen worden onderzocht zoals beschreven in de punten 5.2 tot en met 5.11, worden zij op een temperatuur van