Bijlage VI Regeling uitvoering milieutoelatingseisen bestrijdingsmiddelen 2000: behorende bij de Regeling uitvoering milieutoelatingseisen bestrijdingsmiddelen 2000
Regeling uitvoering milieutoelatingseisen bestrijdingsmiddelen 2000
De adequate risico-evaluatie kan aanvullende gegevens verschaffen over: Geschikte criteria voor een adequate risico-evaluatie zijn: beschikbare kennis over: Richtlijnen voor de uitvoering van een adequate risico-evaluatie: Randvoorwaarden voor de uitvoering van een adequate risico-evaluatie:
- 1). de lotgevallen van een stof in het aquatisch milieu (inclusief waterbodem/sediment), die kunnen leiden tot een bijstelling van de berekende blootstellingsconcentratie, en
- 2). de gevoeligheid van soorten al dan niet onder veldomstandigheden, die kunnen leiden tot een bijstelling van de effectconcentratie zowel voor de kortdurende als voor de langdurende blootstelling.
- 1) eigenschappen van de werkzame stof en het formuleringsprodukt,
- 2) temporele en ruimtelijke schaal van toepassing van het middel,
- 3) beschikbare toxiciteitsgegevens voor verondersteld gevoelige aquatische soorten en
- 4) samenstelling en eigenschappen van de blootgestelde ecosystemen.
- 1) Aanvullend onderzoek om de lotgevallen van de werkzame stof(fen) in representatieve aquatische (model)ecosystemen (inclusief waterbodem/sediment) vast te stellen, conform de voor het middel beschreven toepassing waarvoor de toelating wordt aangevraagd. Dit kan leiden tot een bijstelling van de berekende blootstellingsconcentratie.
- 2) Aanvullend laboratoriumonderzoek naar dosis-effect relaties van voor de werkzame stof veronderstelde gevoelige aquatische soorten. Deze extra informatie kan leiden tot het bijstellen van het Maximaal Toelaatbaar Risiconiveau (MTR).
- 3) Aanvullend onderzoek om de gevoeligheid van natuurlijke populaties van soorten in aquatische (model)ecosystemen te bepalen. De ervaring met insekticiden en herbiciden is dat de directe toxische effecten voor overeenkomstige soorten niet wezenlijk verschillen tussen laboratorium en veld. De standaard toetsorganismen voor toxiciteitsexperimenten in het laboratorium (alg, Daphnia, vis) zijn echter niet altijd representatief voor de gevoeligheid van andere taxa en indicatief voor het risico voor andere typen bestrijdingsmiddelen. Meer uitgebreide laboratoriumstudies of veldstudies kunnen gegevens opleveren over een breder scala aan soorten (ook voor soorten die moeilijk in het laboratorium te kweken zijn), en over de snelheid van herstel bij een gedeeltelijke reductie van dichtheden. Een tijdelijke overschrijding van het MTR in de orde van enkele uren of dagen behoeft bij een partieel effect voor de lange termijn geen ernstige gevolgen te hebben voor populaties van soorten zoals kreeftachtigen en algen.
- 4) Aanvullend onderzoek naar de bioconcentratiefactor van de werkzame stof in vis en in vertebraten representatief voor predatoren die afhankelijk zijn van aquatische ecosystemen.
- 1) De risicobeoordeling is afgestemd op de in Nederland geldende agro- en milieufactoren, en
- 2) indien de (verminderde) biologische beschikbaarheid onderdeel uitmaakt van de risico-evaluatie, zijn de ‘paden en lotgevallen’ van het aan deze beschikbaarheid onttrokken gewasbeschermingsmiddel en zijn omzettingsproducten aangegeven.