Bijlage 2 Regeling profielen 2000: aanpassingen/afwijkingen per vak
De school kan eigen keuzen maken in onderwijsvorm en toetsing van literatuur. Als de school kiest voor het leesdossier, dan is een beperking in de verwerkingsopdrachten daarin mogelijk. Er kan ook een andere keuze worden gemaakt dan het leesdossier. Het aantal te lezen werken (en de daarbij gestelde voorwaarden) blijft gehandhaafd. Voor de verwerking kan worden toegegroeid naar de eindsituatie van een (volledig) leesdossier. Het aantal studielasturen van 200 (vwo)/120 (havo) is de norm waaraan school en leraar zich hebben te houden: voor de "gemiddelde" leerling is niet meer tijd beschikbaar. In het programma van de school komen zoveel eindtermen aan de orde als op die school binnen het aangegeven aantal studielasturen mogelijk is. De school maakt zonodig een selectie uit de eindtermen: voorlopig behoeven ze niet allemaal aan de orde te komen, als dat binnen het in de regelgeving opgenomen aantal studielasturen (nog) niet mogelijk blijkt. De eindtermen van het domein A "Culturele activiteiten" komen in elk geval aan de orde. Daarbinnen kan het aantal culturele activiteiten worden beperkt. Waar beperking nodig is wordt die echter allereerst gezocht in domein D "Reflectie en kunstdossier". Het domein dient zich uitdrukkelijk te beperken tot wat redelijk is gezien de beschikbare studielast en de verhouding tussen "inhoud" en de rapportage daarover. De praktische opdrachten bepalen voor de volgende percentages het cijfer van het schoolexamen: Voor 2000 en 2001 heeft de CEVO voor wiskunde A1,2 havo aangewezen als onderdeel dat niet in het centraal examen aan de orde komt: het subdomein "De binomiale verdeling" van domein G. Voor 2001 heeft de CEVO voor wiskunde A1 en wiskunde A1,2 vwo aangewezen als onderdeel dat niet in het centraal examen aan de orde komt: domein Ea, "Grafen en matrices". Domein Bg: Functies en grafieken Domein Cg: Discrete analyse Domein Fa: Statistiek en kansrekening Het subdomein "Het toetsen van hypothesen" (eindtermen 147 tot en met 150) vervalt a
- Moderne vreemde taal en letterkunde 1 (havo); Franse taal en letterkunde 1/Duitse taal en letterkunde 1 (vwo) Het aantal studielasturen van 160 (vwo en havo) is de norm waaraan school en leraar zich hebben te houden: voor de "gemiddelde" leerling is niet meer tijd beschikbaar. In het programma van de school voor het vak komen zoveel eindtermen (met de aangegeven specificaties) aan de orde als op die school binnen het aangegeven aantal studielasturen mogelijk is. De school maakt zonodig een selectie uit de eindtermen/specificaties: voorlopig behoeft niet aan alle eindtermen/specificaties te worden voldaan, als dat binnen het in de regelgeving opgenomen aantal studielasturen (nog) niet mogelijk blijkt. Op overeenkomstige wijze mag de school een eigen selectie maken uit de activiteiten van het handelingsdeel. Tenslotte: de deelvakken Franse taal en letterkunde 1 en Duitse taal en letterkunde 1 vwo (de deelvakken hebben alleen een schoolexamen) mogen worden afgesloten op een door de school te bepalen tijdstip (in het havo was dat al zo voor de deeltalen).
- Moderne vreemde taal en letterkunde 1, 2 / Engelse taal en letterkunde De leerlingen moeten voor de taalvaardigheidsdomeinen geheel voldoen aan de eindtermen/specificaties van het examenprogramma, met dien verstande echter dat de school een eigen selectie mag maken uit de activiteiten van het handelingsdeel: dat impliceert dat ook een selectie wordt gemaakt uit de eindtermen/specificaties die alleen aan de orde zijn in het handelingsdeel. De activiteiten in het handelingsdeel kunnen worden beperkt tot één per taalvaardigheidsdomein. Voor het domein literatuur: zie bij Nederlandse taal en letterkunde/Friese taal en letterkunde.
- Het handelingsdeel in het (school)examen vervalt als verplichting. De school bepaalt zelf of het handelingsdeel deel uitmaakt van het examen of niet.
- De school kan bepalen dat een deel van de inhoudelijke eindtermen in het (school)examen niet aan de orde komt. Het kan ten hoogste gaan om twee subdomeinen die kunnen worden gekozen uit de domeinen C, D, E, F. Het funderende domein B "Analyse en reflectie met betrekking tot natuurwetenschap, techniek en de rol van mensen" komt steeds aan de orde.
- Het aantal studielasturen van 200 (vwo)/160 (havo) is de norm waaraan school en leraar zich hebben te houden: voor de "gemiddelde" leerling is niet meer tijd beschikbaar. In het programma van de school komen zoveel eindtermen aan de orde als op die school binnen het aangegeven aantal studielasturen mogelijk is. De school maakt zonodig een selectie uit de eindtermen: voorlopig behoeven ze niet allemaal aan de orde te komen, als dat binnen het in de regelgeving opgenomen aantal studielasturen (nog) niet mogelijk blijkt. De selectie kan er mede op zijn gericht overlapping met andere natuurwetenschappelijke vakken te voorkomen. De selectie kan in dat verband voor de verschillende profielen verschillen. De eindtermen van het domein B "Analyse en reflectie met betrekking tot natuurwetenschap, techniek en de rol van mensen" komen in elk geval aan de orde.
- Het aantal verplichte praktische opdrachten wordt beperkt tot één. De school mag kiezen voor twee praktische opdrachten. De weging van de praktische opdrachten in het cijfer van het schoolexamen is echter in alle gevallen: 25%.
- wiskunde A1 vwo: 40%;
- wiskunde A1,2 vwo: 40%;
- wiskunde A1 havo: 30%;
- wiskunde A1,2 havo: 40%
- Voor het centraal examen kan de CEVO onderdelen van het examenprogramma aanwijzen die in het centraal examen niet aan de orde komen:
- de desbetreffende onderdelen blijven wel deel uitmaken van het schoolexamen;
- de onderdelen worden per examenjaar aangegeven, en behoeven dus niet elk jaar dezelfde te zijn;
- de aangewezen onderdelen kunnen ten hoogste betreffen: één vakinhoudelijk domein in zijn geheel, of twee subdomeinen van twee verschillende vakinhoudelijke domeinen;
- de aanwijzing vindt plaats voor 1 augustus van het kalenderjaar voorafgaande aan het kalenderjaar van het centraal examen waarop de aanwijzing betrekking heeft.
- Eindterm 3 vervalt.
- In eindterm 10 vervalt: rekenregels voor logaritmen (die voor machten worden gehandhaafd).
- Eindterm 13 vervalt.
- Eindtermen 23 en 24 vervallen.
- Eindterm 3 vervalt.
- In eindterm 10 vervalt: rekenregels voor logaritmen (die voor machten worden gehandhaafd)..
- Eindterm 13 vervalt
- De praktische opdrachten bepalen voor 40% het cijfer van het schoolexamen.
- Wiskunde B1 Voor het centraal examen vervalt het domein Cb "Continue dynamische modellen". Dit domein komt wel aan de orde in het schoolexamen.
- Wiskunde B1,2 Voor het centraal examen vervalt het domein Cb "Continue dynamische modellen". Dit domein komt wel aan de orde in het schoolexamen. Voor het centraal examen èn het schoolexamen vervallen:
- een deel van het domein Gb "Voortgezette meetkunde" te weten: het subdomein "Beginselen van de analytische meetkunde" (eindtermen 140 tot en met 144) alsmede uit het subdomein "Meetkundige plaatsen en kegelsneden" de eindtermen 151, 152 en 153;
- een deel van het domein Hb "Voortgezette analyse" te weten de subdomeinen: "Sommeerbare rijen" (eindtermen 167, 168, 169), "Irrationale getallen" (eindtermen 170, 171, 172) en "Limieten en functies" (eindtermen 173, 174, 175).
- De praktische opdrachten bepalen voor 40% het cijfer van het schoolexamen.
- Voor het centraal examen kan de CEVO onderdelen van het examenprogramma aanwijzen die in het centraal examen niet aan de orde komen:
- de desbetreffende onderdelen blijven wel deel uitmaken van het schoolexamen;
- de onderdelen worden per examenjaar aangegeven, en behoeven dus niet elk jaar dezelfde te zijn;
- de aangewezen onderdelen kunnen ten hoogste betreffen: één vakinhoudelijk domein in zijn geheel, of twee subdomeinen van twee verschillende vakinhoudelijke domeinen;
- de aanwijzing vindt plaats voor 1 augustus van het kalenderjaar voorafgaande aan het kalenderjaar van het centraal examen waarop de aanwijzing betrekking heeft. Voor 2000 en 2001 heeft de CEVO voor wiskunde B1 en wiskunde B1,2 havo geen onderdeel aangewezen dat niet in het centraal examen aan de orde komt.
- De praktische opdrachten bepalen voor 40% het cijfer van het schoolexamen.
- Voor de leerling die examen doet in een van de profielen natuur en techniek of natuur en gezondheid is slechts voor één van de (deel)vakken natuurkunde, scheikunde, biologie het uitvoeren van één of meer kortdurende practica verplicht. Voor elk van de drie (deel)vakken geldt, dat ten minste twee typen praktische opdrachten deel uitmaken van het schoolexamen: één van de typen praktische opdrachten kan het practicum zijn. De school kan ervoor kiezen in elk (deel)vak het practicum op te nemen. De beperking van het totale aantal typen opdrachten dat verplicht is tot twee vormt ook dan een verlichting. Voor de leerling die natuurkunde in het vrije deel volgt, vervalt de practicumverplichting; wat betreft de praktische opdrachten wordt als eis gesteld dat de leerling ten minste twee typen praktische opdrachten uitvoert: één van die twee typen kan het practicum zijn.
- Voor het centraal examen kan de CEVO onderdelen van het examenprogramma aanwijzen die in het centraal examen niet aan de orde komen:
- de desbetreffende onderdelen moeten dan deel uitmaken van het schoolexamen (in verband met deze consequentie voor het schoolexamen moet de CEVO een zorgvuldige afweging maken bij een aanwijzing; voor het overige is de school immers vrij te kiezen welke inhoudelijke onderdelen in het schoolexamen aan de orde komen);
- de onderdelen worden per examenjaar aangegeven, en behoeven dus niet elk jaar dezelfde te zijn;
- de aangewezen onderdelen kunnen ten hoogste betreffen: domeinen en/of subdomeinen (in hun geheel, dus niet afzonderlijke eindtermen) die samen ten hoogste ¼ deel uitmaken van het aantal vakinhoudelijke eindtermen;
- de aanwijzing vindt plaats voor 1 augustus van het kalenderjaar voorafgaande aan het kalenderjaar van het centraal examen waarop de aanwijzing betrekking heeft. Voor 2000 heeft de CEVO voor natuurkunde 1,2 havo aangewezen als onderdeel dat niet in het centraal examen aan de orde komt: het subdomein "Cirkelbeweging" van domein D. Voor natuurkunde 1 is geen onderdeel aangewezen. Voor 2001 heeft de CEVO voor natuurkunde 1,2 havo aangewezen als onderdeel dat niet in het centraal examen aan de orde komt: het subdomein "Kernenergie en techniek" van domein E. Voor natuurkunde 1 is geen onderdeel aangewezen. Voor 2001 heeft de CEVO voor natuurkunde 1 en natuurkunde 1,2 vwo aangewezen als onderdeel dat niet in het centraal examen aan de orde komt: het subdomein "Gas en vloeistof" van domein D.
- De praktische opdrachten bepalen voor 40% het cijfer van het schoolexamen.
- Voor de leerling die examen doet in een van de profielen natuur en techniek of natuur en gezondheid is slechts voor één van de (deel)vakken natuurkunde, scheikunde, biologie het uitvoeren van één of meer kortdurende practica verplicht. Voor elk van de drie (deel)vakken geldt, dat ten minste twee typen praktische opdrachten deel uitmaken van het schoolexamen: één van de typen praktische opdrachten kan het practicum zijn. De school kan ervoor kiezen in elk (deel)vak het practicum op te nemen. De beperking van het totale aantal typen opdrachten dat verplicht is tot twee vormt ook dan een verlichting. Voor de leerling die scheikunde in het vrije deel volgt, vervalt de practicumverplichting; wat betreft de praktische opdrachten wordt als eis gesteld dat de leerling ten minste twee typen praktische opdrachten uitvoert: één van die twee typen kan het practicum zijn.
- Voor het centraal examen kan de CEVO onderdelen van het examenprogramma aanwijzen die in het centraal examen niet aan de orde komen:
- de desbetreffende onderdelen moeten dan deel uitmaken van het schoolexamen (in verband met deze consequentie voor het schoolexamen moet de CEVO een zorgvuldige afweging maken bij een aanwijzing; voor het overige is de school immers vrij te kiezen welke inhoudelijke onderdelen in het schoolexamen aan de orde komen);
- de onderdelen worden per examenjaar aangegeven, en behoeven dus niet elk jaar dezelfde te zijn;
- de aangewezen onderdelen kunnen ten hoogste betreffen: domeinen en/of subdomeinen (in hun geheel, dus niet afzonderlijke eindtermen) die samen ten hoogste ¼ deel uitmaken van het aantal vakinhoudelijke eindtermen;
- de aanwijzing vindt plaats voor 1 augustus van het kalenderjaar voorafgaande aan het kalenderjaar van het centraal examen waarop de aanwijzing betrekking heeft. Voor 2000 en 2001 heeft de CEVO voor scheikunde havo aangewezen als onderdeel dat niet in het centraal examen aan de orde komt: domein D, "Stoffen en materialen 3, biochemisch". Voor 2001 heeft de CEVO voor scheikunde 1 en scheikunde 1,2 aangewezen als onderdelen die niet in het centraal examen aan de orde komen: het subdomein "Toepassingen" van domein B en het subdomein "Energetische effecten" van domein E.
- De praktische opdrachten bepalen voor 40% het cijfer van het schoolexamen (biologie 1 vwo: 30%).
- Voor de leerling die examen doet in een van de profielen natuur en techniek of natuur en gezondheid is slechts voor één van de (deel)vakken natuurkunde, scheikunde, biologie het uitvoeren van één of meer kortdurende practica verplicht. Voor elk van de drie (deel)vakken geldt, dat ten minste twee typen praktische opdrachten deel uitmaken van het schoolexamen: één van de typen praktische opdrachten kan het practicum zijn. De school kan ervoor kiezen in elk (deel)vak het practicum op te nemen. De beperking van het totale aantal typen opdrachten dat verplicht is tot twee vormt ook dan een verlichting. Voor de leerling die biologie in het vrije deel volgt, vervalt de practicumverplichting; wat betreft de praktische opdrachten wordt als eis gesteld dat de leerling ten minste twee typen praktische opdrachten uitvoert: één van die twee typen kan het practicum zijn. In het deelvak biologie 1 (vwo) is één type praktische opdracht (practicum of andere) verplicht.
- Voor het centraal examen kan de CEVO onderdelen van het examenprogramma aanwijzen die in het centraal examen niet aan de orde komen:
- de desbetreffende onderdelen moeten dan deel uitmaken van het schoolexamen (in verband met deze consequentie voor het schoolexamen moet de CEVO een zorgvuldige afweging maken bij een aanwijzing; voor het overige is de school immers vrij te kiezen welke inhoudelijke onderdelen in het schoolexamen aan de orde komen);
- de onderdelen worden per examenjaar aangegeven, en behoeven dus niet elk jaar dezelfde te zijn;
- de aangewezen onderdelen kunnen ten hoogste betreffen: domeinen en/of subdomeinen (in hun geheel, dus niet afzonderlijke eindtermen) die samen ten hoogste ¼ deel uitmaken van het aantal vakinhoudelijke eindtermen;
- de aanwijzing vindt plaats voor 1 augustus van het kalenderjaar voorafgaande aan het kalenderjaar van het centraal examen waarop de aanwijzing betrekking heeft. Voor 2000 en 2001 heeft de CEVO voor biologie havo aangewezen als onderdelen die niet in het centraal examen aan de orde komen: het subdomein "Voortplanting, groei en ontwikkeling van de mens" van domein C en het subdomein "Huid en immuniteit" van domein E. Voor 2001 heeft de CEVO voor biologie 1,2 vwo aangewezen als onderdelen die niet in het centraal examen aan de orde komen: het subdomein "Structuren van soort en populatie" en het subdomein "Structuren van organismen" van domein B (eindtermen 7-17) en het subdomein "Metabolisme van planten" van domein D (eindtermen 84-96).
- De school kan ervoor kiezen om drie subdomeinen aan te wijzen waaruit niet in het schoolexamen een nader afgebakend thema aan de orde komt. Deze onderdelen moeten dan worden vervangen door: een overzicht van de geschiedenis van een door de school bepaalde tijdsperiode (in het vwo: niet de twintigste eeuw, voor zolang geschiedenis tevens deel uitmaakt van het gemeenschappelijke deel).
- In het schoolexamen moet de school, wat betreft de praktische opdrachten, de keus maken tussen óf het uitvoeren van beperkte onderzoeksopdrachten (b1 in het examenprogramma) óf het uitvoeren van een zelfstandig historisch onderzoek (b2 in het examenprogramma). De praktische opdrachten behoeven zich niet te beperken tot de in het examenprogramma genoemde inhoudelijke domeinen.
- De praktische opdrachten bepalen voor 40% het cijfer van het schoolexamen.
- De CEVO kan nadere aanwijzingen geven met betrekking tot het centraal examen. Tot die aanwijzingen kan behoren een beperking en/of nadere precisering van de stof van het centraal examen. De aanwijzingen worden bekend gemaakt voor 1 augustus van het kalenderjaar voorafgaande aan het kalenderjaar van het centraal examen waarop de aanwijzing betrekking heeft. Voor 2000 en 2001 (havo) en voor 2001 (vwo) heeft de CEVO voor aardrijkskunde geen nadere aanwijzingen gegeven.
- In het schoolexamen moet de school, wat betreft de praktische opdrachten, de keus maken tussen óf het uitvoeren van beperkte onderzoeksopdrachten (b1 in het examenprogramma) óf het uitvoeren van een (groter) onderzoek dat betrekking heeft op de eigen regio (b2 in het examenprogramma). Waar de keus wordt gemaakt voor beperkte onderzoeksopdrachten (b1) wordt de eis gesteld dat ten minste één daarvan betrekking moet hebben op verschijnselen, ontwikkelingen en vraagstukken die van belang zijn voor de eigen regio. De praktische opdrachten behoeven zich niet te beperken tot de in het examenprogramma genoemde inhoudelijke domeinen.
- De praktische opdrachten bepalen voor 40% het cijfer van het schoolexamen.
- Voor het centraal examen kan de CEVO onderdelen van het examenprogramma aanwijzen die in het centraal examen niet aan de orde komen: Voor 2000 en 2001 heeft de CEVO voor economie 1 havo aangewezen als onderdelen die niet in het centraal examen aan de orde komen: domein D ("Nederlandse betalingsbalans") en domein P ("Sociale zekerheid"). Voor 2000 en 2001 heeft de CEVO voor economie 1,2 havo aangewezen: domein O ("Onderontwikkeling"). Voor 2001 heeft de CEVO voor economie 1 vwo aangewezen als onderdelen die niet in het centraal examen aan de orde komen: domein D ("Nederlandse betalingsbalans") en domein P ("Sociale zekerheid"). Voor 2001 economie 1,2 vwo heeft de CEVO aangewezen: domein O ("Onderontwikkeling").
- de desbetreffende onderdelen blijven wel deel uitmaken van het schoolexamen;
- de onderdelen worden per examenjaar aangegeven, en behoeven dus niet elk jaar dezelfde te zijn;
- de aangewezen onderdelen kunnen ten hoogste betreffen: vier vakinhoudelijke domeinen in hun geheel;
- de aanwijzing vindt plaats voor 1 augustus van het kalenderjaar voorafgaande aan het kalenderjaar van het centraal examen waarop de aanwijzing betrekking heeft.
- De praktische opdrachten bepalen voor 40% het cijfer van het schoolexamen
- Voor het centraal examen kan de CEVO onderdelen van het examenprogramma aanwijzen die in het centraal examen niet aan de orde komen: Voor 2000 en 2001 heeft de CEVO voor management en organisatie havo aangewezen als onderdelen die niet in het centraal examen aan de orde komen: het subdomein "Interne organisatie" van domein B, het subdomein "Rechtsvormen" van domein C, het subdomein "Marketing van niet-commerciële organisaties" van domein D, het subdomein "Financieel beleid in niet-commerciële organisaties" van domein E. Voor 2001 heeft de CEVO voor management en organisatie vwo eerder gepubliceerd dat nadere mededelingen volgen. Inmiddels heeft de CEVO besloten dat worden aangewezen als onderdelen die niet in het centraal examen aan de orde komen: het subdomein "Interne organisatie" van domein B (met eindterm 1 van dat domein), het subdomein "Rechtsvormen" van domein C, het subdomein "Marketing van niet-commerciële organisaties" van domein D en het subdomein "Financieel beleid in niet-commerciële organisaties" van domein E.
- de desbetreffende onderdelen blijven wel deel uitmaken van het schoolexamen;
- de onderdelen worden per examenjaar aangegeven, en behoeven dus niet elk jaar dezelfde te zijn;
- de aangewezen onderdelen kunnen ten hoogste betreffen: één vakinhoudellijk domein in zijn geheel, of vijf subdomeinen van verschillende domeinen;
- de aanwijzing vindt plaats voor 1 augustus van het kalenderjaar voorafgaande aan het kalenderjaar van het centraal examen waarop de aanwijzing betrekking heeft.
- De praktische opdrachten bepalen voor 40% het cijfer van het schoolexamen.