Art. 2 Vaststelling subsidieplafonds sanering verkeerslawaai

Vaststelling subsidieplafonds sanering verkeerslawaai

1. Projecten die in het tijdvak van 1 januari 2000 tot en met 31 december 2000 in aanmerking komen voor subsidie als bedoeld in paragraaf 2.4 van het Subsidiebesluit openbare lichamen milieubeheer zijn:

a. projecten waarvoor de eerder verleende subsidie wordt verhoogd en die zijn geplaatst op een voor 1 januari 2000 in de Staatscourant bekendgemaakte lijst als bedoeld in artikel 12, vierde lid, van het Subsidiebesluit openbare lichamen milieubeheer;

b. projecten waarvoor de eerder op grond van de Regeling Saneringsprogramma Verkeerslawaai verleende subsidie wordt verhoogd;

c. voor wat betreft verkeersmaatregelen:

1º project Alblasserdam VCP (aanvullende gevelmaatregelen);

2º project Boxmeer VCP (aanvullende gevelmaatregelen);

3º project Korendijk;

4º project Deventer, Zutphenselaan;

5º project Maarssen (aanvullende gevelmaatregelen);

6º project Cuijk VCP;

7º project Opsterland, Gorredijk;

8º project Venray, VCP;

9º project Arnhem, Amsterdamseweg; en

d. voor wat betreft afschermende maatregelen:

1º project Amsterdam A10-West;

2º project Arnhem A12 (fase 2);

3º project Arnhem A12 (fase 2, aanvullende gevelmaatregelen);

4º project Heesch A50;

5º project Laren A1 (Westzijde);

6º project Meerssen A2.

2. Projecten die in het tijdvak van 1 januari 2000 tot en met 31 december 2000 in aanmerking komen voor subsidie als bedoeld in paragraaf 3.4 van het Subsidiebesluit openbare lichamen milieubeheer zijn:

a. projecten waarvoor de eerder verleende subsidie wordt verhoogd en die zijn geplaatst op een voor 1 januari 2000 in de Staatscourant bekendgemaakte lijst als bedoeld in artikel 16, vierde lid, van het Subsidiebesluit openbare lichamen milieubeheer;

b. voor wat betreft afschermende maatregelen: project De Bilt (fase 3);

c. voor wat betreft geluidreducerende maatregelen: project Tilburg (bronmaatregelen).